Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant willen het energiebeleid richten op zonne-energie, elektrisch rijden, (rest)warmte, biomassa en isolatie van woningen.
Daarnaast willen GS randvoorwaarden scheppen voor decentrale energieopwekking, opslag en windenergie. Met het vernieuwd energiebeleid willen zij Brabant op de kaart zetten en als provincie het verschil maken op het gebied van duurzame energie en energiebesparing.
Een gericht energiebeleid kan meer werkgelegenheid, rendement uit duurzame investeringen en een sterkere concurrentiepositie opleveren en draagt bij aan de (inter)nationale milieudoelen en afspraken.
Met het energiebeleid spelen GS in op enerzijds de stijgende vraag naar energie als gevolg van de welvaartstoename en bevolkingsgroei; anderzijds op de fossiele energiebronnen die steeds schaarser en dus duurder worden.
Speerpunten energiebeleid
GS zetten in op de sterke sectoren in Brabant zoals logistiek, high tech, automotive, procesindustrie en bouw. Daarnaast zetten ze in op de onderdelen waar veel te winnen is voor zowel economie als milieu. De speerpunten, die GS willen ondersteunen, coördineren en waar nodig financieren, zijn:
- Solar: innovaties voor het gebruik van zonne-energie, zowel voor grootschalige opwekking als voor woningen. De zon heeft de grootste energiepotentie.
- Elektrisch rijden en slimme netwerken: ontwikkeling en toepassing van electrisch rijden en slimme infrastructuur van oplaadpunten. De aanwezige kennis, innovatie en samenwerking in de energie-, high tech- en autobranche in Brabant bieden kansen hiertoe.
- Biomassa: Het inzetten van biomassa voor productie van elektriciteit en warmte door biomassa te vergisten, te vergassen of te verbranden.
- Warmte: Efficiënter (her)gebruiken van warmte, toepassen van alternatieve warmtebronnen en decentraal opwekken van warmte en electriciteit. Bij bedrijven is de grootste energiebesparing te realiseren via het benutten van restwarmte.
- Gebouwde omgeving: Op grote schaal energie besparen door huizen te isoleren en duurzame energietechnieken (zoals warmtekracht koppeling, koude-warmte opslag in bodem, zon, wind, biomassa) te benutten. Het verlichten, verwarmen en koelen van de woningen bepaalt 17 procent van het energieverbruik in Brabant.
- Decentrale netwerken: Het afstemmen van vraag en aanbod van energie en het ontwikkelen van slimme decentrale netwerken voor de distributie en opslag van energie. Een goede basisinfrastructuur/energienetwerk is een wettelijke taak van de overheid.
- Windenergie: randvoorwaarden scheppen bij ruimtelijke inpassing van windmolens. Windmolens zijn duidelijk element in het landschap, maar kunnen veel energie opwekken op grote schaal.
De uitwerking en uitvoering gebeurt in samenwerking met Provinciale Staten en partners uit bedrijfsleven, overheden en (kennis)instellingen. Hiervoor wil GS onder meer een Energieplatform inrichten en discussietafels organiseren.
De strategie, uitgangspunten, speerpunten en acties, verwoord in de ‘Startnotitie Masterplan Energie’, wordt voorgelegd aan de commissies EMG en RM van Provinciale Staten. Zij bespreken dit naar verwachting op 27 november 2009.
