Onafhankelijke informatiebron over energiebeleid voor overheden.

DHV adviseert Meppel bij uitvoering duurzame gebiedsontwikkeling

door Redactie op 23 mei 2011 · 0 comments

in Projecten

Advies- en ingenieursbureau DHV gaat de gemeente Meppel de komende jaren ondersteunen bij de technische voorbereiding van nieuwe (duurzame) wegen, oevers en waterpartijen in de nieuwbouwwijk Nieuwveense Landen. DHV en de gemeente hebben daartoe een raamcontract gesloten.

DHV adviseert de gemeente over het reguliere ontwerpwerk en over hoe de wijk zo duurzaam mogelijk kan worden uitgevoerd. Ook onderzoekt het bedrijf de kosten van verschillende opties. ‘’De ervaring leert dat duurzame gebiedsontwikkeling niet per se duurder is’’, zegt adviseur Sebastiaan van der Haar van DHV.

Duurzame gebiedsontwikkeling

De gemeente Meppel heeft hoge ambities met Nieuwveense Landen. Het wordt een duurzame, energieleverende wijk met 3.400 woningen die tussen 2012 en 2020 gefaseerd worden gebouwd. In november 2010 heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu Nieuwveense Landen aangewezen als Icoonproject. Daarmee dient de nieuwe woonwijk als voorbeeld voor andere duurzame gebiedsontwikkelingsprojecten in Nederland waarbij energie centraal staat.
DHV won dit project na een openbare aanbesteding.

Cradle to Cradle

Bij de ontwikkeling van Nieuwveense Landen gaat Meppel veel verder dan alleen een ambitie op het gebied van energie. Ze heeft ook ambities voor water, natuur en groen, openbare ruimte, verkeer, vervoer en infrastructuur, materialen en de sociale aspecten van de wijk. Meppel heeft daarbij het ontwerpprincipe van Cradle to Cradle omarmd. Hierbij is het streven dat de te gebruiken materialen veilig zijn voor mens, dier en plant. Na gebruik moeten de toe te passen materialen op dezelfde manier kunnen worden hergebruikt in een technische of biologische kringloop en moeten deze eenvoudig uit elkaar kunnen worden gehaald. Zo kunnen houten brugonderdelen hergebruikt worden of eventueel opgaan in de natuur. Indien kunststoffen zijn toegepast, worden deze na gebruik niet verwerkt in een verbrandingsoven maar opnieuw gebruikt. Deze keuzes kunnen in feite voor alle elementen in het openbare gebied gemaakt worden.

Bron: Persbericht DHV

Previous post:

Next post: