Mening CPB over wind op zee slecht onderbouwd

Mening CPB over wind op zee slecht onderbouwd

De uitspraak van het Centraal Planbureau (CPB) dat wind op zee nauwelijks bijdraagt aan een schoner milieu is misplaatst, slecht onderbouwd en toont een gebrekkig inzicht in de (politieke) realiteit.

Het CPB deed bij monde van zijn wetenschappelijk medewerker Annemiek Verrips op 6 oktober de uitspraak dat wind op zee de Nederlandse burgers vijf miljard euro gaat kosten terwijl de “milieubaten beperkt zijn”. De uitspraken leidden tot verbazing en ontsteltenis bij politici en partijen uit de energiesector.

Opruiende NOS
Op zondag bracht de NOS met een item getiteld “5 miljard schade door windmolens” voor- en tegenstanders van wind op zee in de benen. In het ongenuanceerde item stelt de verslaggeefster dat: “wind op zee de maatschappij de komende tientallen jaren niets oplevert maar geld kost”. Aanleiding was de mening van het CPB over een eerder verschenen maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) van verschillende locaties voor windparken op de Noordzee.

Het vreemde is dat, wie de analyse leest kan die alarmerende voorspelling nergens terug vinden.

MKBA: ‘energietransitie is onafwendbaar’
Sterker nog in de analyse wordt gesteld dat de “energietransitie op termijn onafwendbaar is” omdat “schaarse natuurlijke bronnen op termijn uitgeput raken. Voor de traditionele ‘grijze’ energievoorzienning betekent dit dat prijzen zullen stijgen en dat we steeds afhankelijker worden van het buitenland.” Ook wordt het terugdringen van de CO2-uitstoot als voordeel genoemd. De transitie kan ook op de korte termijn tot positieve effecten leiden, staat in de analyse, door hogere energiezekerheid, “een geringere bijdrage aan klimaatverandering, en mogelijk kansen voor Nederlandse bedrijven.” Over windenergie zegt het rapport dat het “naar verwachting een aanzienlijke bijdrage zal kunnen leveren aan de verduurzaming van onze energievoorziening.”

Narrow scope
Hoewel in het NOS-item letterlijk met de MKBA wordt gezwaaid om het schrikbeeld van dure zinloze windmolens kracht bij te zetten, is dat eigenlijk niet waar het document over gaat. De analyse heeft een narrow scope, het vergelijkt twee mogelijke ruimtelijke varianten van wind op zee namelijk de bouw van windparken binnen de 12-mijlszone en daarbuiten. De kosten-batenanalyse van windparken in het algemeen valt buiten de scope van het onderzoek.

Windenergie binnen de 12-mijlszone
De MKBA heeft dan ook de adequate titel Windenergie binnen de 12-mijlszone. Het werd opgesteld in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en is uitgevoerd door onderzoeksbureau Decisio en consultancy bureau Witteveen+Bos. Het CPB heeft niet meegeschreven aan het rapport, wel zat Verrips als deskundige in de begeleidingscommissie. Op 26 september werd het de Tweede Kamer aangeboden als bijlage bij de Kamerbrief over Windenergie op zee.

Emmissiehandelsysteem
Toch grijpt het CPB, bij monde van Verrips, het rapport aan om zich negatief uit te laten over wind op zee. Volgens Verrips zullen windparken op zee nauwelijks leiden tot een vermindering van CO2-uitstoot vanwege het Europese emissiehandelsysteem (EU ETS). Het systeem kent een plafond toe aan de hoeveelheid CO2 die de elektriciteitssector in de EU mag uitstoten. Dat leidt volgens Verrips tot een waterbedeffect: als Nederland minder CO2 uitstoot door de bouw van windmolens dan zal elders in Europa een elektriciteitsproducent meer gaan uitstoten.

Reactie NWEA: scheef beeld
Maar als je zo redeneert, schrijft de Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA) in een reactie op de uitspraken, “kan er wel gestopt worden met elk klimaatbeleid in Nederland”. Immers, het EU ETS geldt niet alleen voor wind op zee maar ook voor andere sectoren. NWEA: “De studie ging specifiek over wind op zee, maar raakt feitelijk álle vormen van duurzame energie. Door wind op zee geïsoleerd te beschrijven ontstaat een scheef beeld.”

Het is geen nieuws dat het EU ETS op dit moment niet goed werkt omdat er teveel emissierechten in de markt zijn. Maar dit wordt zelden aangehaald als reden om een rem te zetten op de ontwikkeling van een koolstofarme economie. Meestal is de redenering andersom, het EU ETS moet beter gaan functioneren om een vergroening van de economie te bevorderen. Het NWEA schrijft dat het “er net zoals minister Kamp van uit gaat dat het Europese systeem van emissiehandel zal worden gerepareerd. De Europese commissies heeft daarvoor al voorstellen gedaan”.

En, voegt de NWEA daaraan toe, je kan als Nederland niet zomaar besluiten de reductie van CO2 on hold te zetten tot het economische plaatje er meer rooskleurig uitziet: “Met Europa gemaakte energie- en klimaatafspraken worden door het CPB genegeerd. Daarmee plaatst het CPB zich volstrekt buiten de politieke werkelijkheid en buiten de maatschappelijk realiteit, meent NWEA.”

PvdA: CPB gaat buiten haar boekje
PvdA-kamerlid Jan Vos was niet te spreken over de inmenging van het CPB in het debat: “Het CPB neemt hiermee een politiek standpunt in. Hiermee drijven ze ver af van hun oorspronkelijke doelstelling.”, bericht De Gelderlander.

Reactie TKI Wind op Zee:
Ook het Topconsortium Kennis en Innovatie Wind op Zee (TKI-WoZ) wijst de uitspraken van het CPB af: “Het dogmatische standpunt van het CPB is dus dat er onder een emissiehandelssysteem fundamenteel geen baten voor CO2-emissiereductie kunnen zijn. Dat is een vreemd standpunt als datzelfde CPB met het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in de Algemene leidraad voor maatschappelijke kosten-baten analyse (2013) aangeeft dat hernieuwbare energie wel degelijk CO2-uitstoot vermijdt, maar dat het effect in een analyse dient te worden vastgesteld. Een dergelijke analyse ontbreekt. Andere instanties in Europa, waaronder collega-planbureaus, hanteren wel degelijk schadekosten, oplopend tot € 130-300 per ton CO2 op de langere termijn (2050). Waarom wijkt het CPB af van zijn eigen leidraad? Wat is de analyse?

“De MKBA van Decisio en Witteveen+Bos is een gedegen rapport van 6 maart 2014, maar neemt dus niet alle baten (en kosten) mee. Dat is wellicht gerechtvaardigd als het rapport gebruikt wordt om 2 varianten van wind op zee (dicht bij de kust en verder op zee) met elkaar te vergelijken, omdat dan deze effecten in de vergelijking tegen elkaar wegvallen. Als daaruit echter door het CPB vervolgens algemene conclusies worden getrokken is dat natuurlijk wat anders.”

Het TKI-WoZ merkt tevens op dat ook andere baten niet in de MKBA zijn meegenomen. De ontwikkeling van wind op zee kan bijdragen aan de economie: “Het cluster van bedrijven rond ’wind op zee’ wordt gezien als een economische groeisector en Nederland heeft met haar offshore kennis een goede uitgangspositie om haar exportpotentieel te vergroten.”

De financiële kosten van wind op zee
Wat blijft staan is dat wind op zee (en de energietransitie in het algemeen) miljarden gaat kosten. Het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) zegt daarover dat dit al in 2005 bekend is maar dat het destijds een politieke keuze was die investering toch te doen. Volgens het ECN is het vrij zeker dat windenergie in de toekomst baten gaat leveren maar welke vorm dat aanneemt is nu nog niet duidelijk. Toch zou het goed zijn die mee te nemen in een kosten-batenanalyse. Dat meldt de NOS in een bescheiden berichtje getiteld “kritiek op rapport windenergie” waarin de wederhoor wordt toegepast die eigenlijk in het bovenbeschreven hoofd-item thuishoorde.

De olieprijs als maatstaf
Saillant detail is dat de woordvoerder van het ECN waarschijnlijk verwijst naar de MKBA Windenergie op de Noordzee die in 2005 werd opgesteld door het ECN in samenwerking met het CPB. Een van de vier auteurs is Annemiek Verrips. In die analyse werd geconcludeerd dat wind op zee “maatschappelijk onrendabel is”. Daarbij werd uitgegaan van een olieprijs van 23 tot 28 dollar per vat. “Het break-even point waarbij kosten en baten aan elkaar gelijk zijn, ligt voor het project waarin de 6000 MW in 2020 gereed is, tussen 60 en 70 dollar per vat olie gemiddeld voor de periode 2010-2040.”

projectie-olieprijzen
Klik om te vergroten.
Bron: US Energy Information Adminstration

Gezien de ontwikkeling van de olieprijs sinds 2005 is de vraag waarom mevrouw Verrips nog steeds zegt dat offshore wind niet rendabel is. In een telefonische gesprek zei zij daarover: “Dat rapport is achterhaald, er is sindsdien veel gebeurd. In dat rapport baseerden wij ons op de olieprijs maar in het huidige rapport is met elektriciteitsprijzen gewerkt. Ondanks de hoge olieprijs is de prijs voor elektriciteit laag. Dat komt door overcapaciteit, schaliegas in Amerika en windenergie in Duitsland. Daarnaast is nu daarnaast gekeken naar het profieleffect.”

Profieleffect
Het profieleffect wil zeggen dat een elektriciteitsbron een bepaald profiel heeft dat invloed heeft op de prijs. Als wind elektriciteit levert, wordt dat per definitie ook in de omringende landen geproduceerd. Als er een groot aandeel wind is, dalen de elektriciteitsprijzen op het moment dat het waait. Hoe meer wind er wordt geïnstalleerd, hoe groter het effect.

De toekomst is onzeker
Maar net zoals we in 2005 niet konden voorzien dat de olieprijs in 2014 rond de $100 zou staan, is het moeilijk in te schatten wat we in 2023 hebben bedacht om met fluctuerende energiebronnen om te gaan.

Beeld: tenk.cc/