‘Groeiplan voor Warmte’ voorziet in 2 megaton CO2-reductie

‘Groeiplan voor Warmte’ voorziet in 2 megaton CO2-reductie

In een gezamenlijk ‘Groeiplan voor Warmte’ van provincies, gemeenten en warmteleveranciers wordt de Tweede Kamer opgeroepen het gebruik van duurzame en industriële warmte te stimuleren.

Het Groeiplan voor Warmte wil een uitbreiding van warmtenetten voor de grootschalige inzet van duurzame en industriële (rest)warmte. Volgens het plan kunnen in 2040 1,5 miljoen woningen en kantoren aangesloten zijn op bestaande en nieuwe warmtenetten. Dit zou leiden tot een jaarlijkse reductie van de CO2-uitstoot met 2 Megaton, schrijven de partijen in een gezamenlijk persbericht. Het gebruik van duurzame warmte leidt direct tot een afname van het aardgasverbruik.

Warmtenetten kunnen een rol spelen bij de energietransitie. Het nuttig aanwenden van restwarmte uit industrie,  van afvalverwerking en elektriciteitscentrales, later te vervangen door duurzame warmte van bijvoorbeeld geothermie, vormt een goed alternatief voor aardgas als warmtebron. ‘Onze energievraag bestaat voor 60% uit warmte,’ zegt Jan Jacob van Dijk, Gelders gedeputeerde voor Energietransitie. ‘Ook het beter benutten van duurzame restwarmte is nodig om de gewenste energietransitie te bereiken.’ Eerder dit jaar verscheen al de Warmtevisie van minister Kamp, al vond bijvoorbeeld de Stichting Warmtenetwerk deze nog niet concreet genoeg, net als Aedes. Het Groeiplan voor Warmte moet hierin verandering brengen.

Randvoorwaarden

De kosten voor het aanleggen van warmtenetten zijn hoog. De partijen van het groeiplan zeggen te willen investeren, maar roepen daarbij wel de hulp in van de overheid. Zo wordt voorgesteld de energiebelasting te verschuiven, dat wil zeggen het op basis van CO2-inhoud gelijk trekken van de belasting voor elektriciteit en gas. Dit maakt het mogelijk de tarieven voor warmtelevering aantrekkelijk te maken, ten opzichte van aardgas. Een prijsvoordeel voor de klant ziet het groeiplan als een voorwaarde. Hiernaast pleit men voor een hoofdstructuur van transportleidingen voor het verbinden van lokale netten. Zo’n ‘backbone’ zou een nutsfunctie hebben, vergelijkbaar met het hoofdnet voor elektriciteit en voor gas, en daarom mede door de overheid gefinancierd moeten worden. Verder moet het op lokaal niveau mogelijk worden de beste oplossingen te combineren, afhankelijk van gewenste lokale infrastructuur in zgn. ‘warmteplannen’. Ook wordt in het groeiplan benadrukt dat het aandeel duurzame warmte op de netten langzaam aan de industriële restwarmte kan vervangen.

De emissie van broeikasgassen is sinds de uitspraak in de klimaatzaak die Urgenda aanspande een hekel punt. Of de investering in warmtenetten een vlucht voorwaarts is of een duurzaam alternatief zal nog moeten blijken. De 2 megaton die op jaarbasis volgens het groeiplan als besparing haalbaar is, vormt maar een klein deel van de totale uitstoot van 158 megaton over 2014.

Lees hier het Groeiplan voor Warmte

De initiatiefnemers van het Groeiplan voor Warmte zijn: Provincie Zuid Holland, Provincie Noord Holland, Provincie Gelderland, Provincie Limburg, Gemeente Amsterdam, Gemeente Rotterdam, Gemeente Nijmegen, Gemeente Ede, Gemeente Delft, Gemeente Leiden, Stichting Natuur & Milieu, Nuon, Eneco, EnNatuurlijk, Stadsverwarming, Purmerend, Metropoolregio Rotterdam Den Haag, Alliander Duurzame Gebiedsontwikkeling, Nederlandse Vereniging Duurzame Energie NVDE.

 

Beeld : Uwe Hermann / Uwe Hermann