Sluiting kolencentrales: alle cijfers en feiten

Sluiting kolencentrales: alle cijfers en feiten

Voor het op termijn uitfaseren van alle kolencentrales in Nederland zal met de sector een plan opgesteld worden. Sluiting van de kolencentrales brengt de doelstelling voor CO2-reductie dichterbij. Zes vragen en antwoorden over de sluiting van kolencentrales.

In de aanloop naar de Klimaattop in Parijs heeft energiebedrijf DELTA de feiten en cijfers rond de voorgenomen sluiting van de kolencentrales in Nederland nog eens op een rij gezet. Het bedrijf baseert zich hierbij op onderzoek uitgevoerd door ECN, in opdracht van DELTA. Volgens het onderzoek kan de door de rechtbank in de Klimaatzaak opgelegde doelstelling van 25% CO2-reductie in 2020 met de sluiting binnen bereik komen.

Omdat volgens het energiebedrijf misverstanden bestaan over het sluiten van de kolencentrales, zijn de belangrijkste vragen en antwoorden op een rij gezet. EnergieOverheid heeft deze integraal overgenomen.

1. De Nederlandse kolencentrales vallen onder het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Binnen dit systeem mag de CO2-uitstoot die in Nederland wordt verminderd elders in Europa uitgestoten worden, zolang de totale uitstoot maar onder het emissieplafond blijft. Heeft sluiting van de Nederlandse kolencentrales dan wel zin?

Deze redenering gaat in feite op voor alle emissiebesparingsmaatregelen die onder het ETS vallen. Het strikt toepassen van deze redenering zou betekenen dat investeringen in bijvoorbeeld windmolens en zonnepanelen ook geen emissiereductie opleveren, omdat de uitgespaarde emissierechten elders kunnen worden ingezet. Er zijn echter een aantal argumenten waar we rekening mee moeten houden:

  • Het ETS draagt niet voldoende bij aan de reductie van emissies in Nederland. Om de 25 procent reductie in 2020 te halen, is aanvullend beleid noodzakelijk. Dit blijkt ook uit de Urgenda-zaak. Nederland zal dus wettelijk gezien aanvullende maatregelen moeten nemen.
  • Ieder land heeft de politieke vrijheid om naast het ETS nationale emissiereductiedoelstellingen na te streven. Andere landen nemen hierin verantwoordelijkheid door naast het ETS nationale maatregelen te nemen om emissies te reduceren. Zo sluit Duitsland onder andere kolencentrales om de eigen opgelegde reductiedoelstelling van veertig procent in 2020 te kunnen bereiken én heeft het Verenigd Koninkrijk onlangs het plan bekend gemaakt binnen tien jaar alle kolencentrales te sluiten, terwijl daar reeds een nationale bodemprijs voor CO2 is ingevoerd.
  • Op dit moment is er een overschot aan emissierechten. Daarom wordt er hard gewerkt aan structurele hervormingen van het ETS met een snellere afbouw van emissieplafonds in de volgende fase. Een groter overschot door de sluiting van kolencentrales verandert dus de balans binnen het ETS, maar dat betekent niet per definitie dat er direct een gelijke hoeveelheid CO2 elders wordt uitgestoten. Een groter overschot zal juist een extra stimulans zijn om de emissiedoelstellingen van het EU-ETS verder aan te scherpen. Eventueel zou de Nederlandse regering de uitgespaarde emissierechten kunnen opkopen om er zeker van te zijn dat deze niet elders worden gebruikt.

2. Leidt de sluiting van Nederlandse kolencentrales tot extra productie en dus extra uitstoot van andere centrales binnen en buiten Nederland?

Per saldo nemen de emissies af. Er is in Nederland voldoende gasgestookte capaciteit beschikbaar om een sluiting van kolencentrales op te vangen. Gascentrales stoten gemiddeld maar half zoveel CO2 uit per geproduceerde kWh als kolencentrales. Daarnaast heeft Nederland verbindingen met Duitsland, Noorwegen, België, Engeland en binnenkort ook met Denemarken. Per geproduceerde kWh heeft alleen Duitsland een hogere CO2-uitstoot dan Nederland. Op dit moment zijn de Duitse stroomprijzen echter meestal lager dan die in Nederland. Dit betekent dat nagenoeg alle transportcapaciteit met Duitsland reeds in gebruik is en extra import nauwelijks mogelijk is.

Op termijn (2020) zal er volgens ECN minder geïmporteerd worden uit Duitsland, waardoor de sluiting van kolencentrales in Nederland wel deels kan worden opgevangen door additionele import uit Duitsland. Dit zal dan moeten komen uit centrales die daarvoor nog niet volledig benut werden. Dat zijn daarom niet zozeer de relatief goedkope (maar zeer vervuilende) bruinkoolcentrales want deze centrales kennen al een zeer hoge benuttingsgraad. Bovendien is de Duitse regering zeer gecommitteerd om de doelstelling van veertig procent CO2-reductie in 2020 te halen. Dus als additionele import vanuit Duitsland deze doelstelling in gevaar zou brengen, zal Duitsland over gaan tot verdere maatregelen om emissies te beperken.

Bovendien groeit in Nederland (maar ook daarbuiten) het aandeel van duurzaam opwekvermogen hard. Zo zal na 2023 ongeveer 40 procent van alle elektriciteit in Nederland duurzaam opgewekt worden. Dit betekent dat de sluiting van kolencentrales dus steeds meer zal worden opgevangen door duurzame productie.

3. Komt door de sluiting van kolencentrales de leveringszekerheid in gevaar en worden we te veel afhankelijk van het buitenland?

De leveringszekerheid in Nederland zal niet in het geding komen als de kolencentrales sluiten. Volgens TenneT bedraagt het geconserveerd vermogen 6,2 GW in 2020, terwijl de resterende kolencapaciteit 4,6 GW bedraagt (*1). Het deconserveren van deze capaciteit zorgt ervoor dat Nederland zelfs in de conservatieve scenario’s tot 2030 in staat is om aan de piekvraag te voldoen, zonder afhankelijk te zijn van het buitenland. Onderzoek van ECN toont aan dat sluiting van kolengestookt vermogen zelfs een positief effect kan hebben op de leveringszekerheid, omdat gascentrales flexibeler kunnen worden ingezet dan kolencentrales.

Dit is met name van belang als het aandeel wind en zon in de elektriciteitsproductie fors toeneemt, zoals beoogd in het Energieakkoord. Bovendien beschikt Nederland over een fors importpotentieel van 8,7 GW. Dit is in de leveringszekerheid analyses van TenneT nog niet meegenomen. Echter, meer Europese samenwerking en coördinatie is juist een doel om de leveringszekerheid verder te vergroten. Minister Kamp heeft daartoe een Political Declaration van Pentalaterale Energieforum (PLEF) namens Nederland ondertekend.

4. Wanneer de kolencentrales worden gesloten, vervalt de mogelijkheid om biomassa mee te stoken. Komen hierdoor de doelstellingen voor hernieuwbare energie in gevaar?

Uit de Nationale energieverkenning 2015 blijkt dat het lastig wordt om de hernieuwbare doelstelling van 14 procent in 2020 te halen. Door het sluiten van kolencentrales is het meestoken van biomassa in kolencentrales niet langer mogelijk en zal het aandeel duurzame energie ongeveer een procent lager uitvallen. ECN heeft berekend dat het sluiten van de kolencentrales een CO2-besparing van 15 MT oplevert, inclusief het wegvallen van de biomassa bijstook. Dit is driemaal zo veel als de zwaar gesubsidieerde 25 PJ biomassa meestook in kolencentrales.

Ondanks het feit dat het aandeel hernieuwbare energie lager is, is de emissiereductie dus beduidend hoger. Vanuit een klimaatperspectief is het dan ook onlogisch om te beweren dat het sluiten van kolencentrales problematisch is vanwege het lagere aandeel duurzame energie zonder meestook van biomassa. Bovendien kan het geld dat wordt vrijgespeeld door het wegvallen van SDE+ subsidie voor biomassa meestook (ruim 4 miljard euro) worden aangewend om andere vormen van duurzame energie extra te stimuleren. Aan biomassa kleven namelijk een aantal bezwaren:

  • Het is een relatief dure optie. Zo zijn de kosten fors hoger dan bijvoorbeeld wind op land.
  • Het meestoken van biomassa zal afhankelijk blijven van subsidie. Op het moment dat de subsidie stopt, zal de productie ook direct stoppen. Dit in tegenstelling tot wind- en zonne-energie.
  • Energiebedrijven importeren biomassa uit bossen in Europa en andere werelddelen, met name uit Noord-Amerika. Dat betekent dat de subsidie in biomassa-exporterende landen terechtkomt en niet in Nederland zal worden gebruikt om een duurzame economie op te bouwen. Dat geldt ook voor de bijbehorende werkgelegenheid.

5. Betekent het sluiten van kolencentrales, die recentelijk in gebruik zijn genomen, enorme kapitaalvernietiging?

In de afgelopen jaren is zo’n 5 miljard euro geïnvesteerd in drie nieuwe kolencentrales. Echter, ook voor deze nieuwe kolencentrales zijn de huidige marktomstandigheden ongunstig. Hoewel de centrales volop draaien, omdat de variabele opbrengsten hoger zijn dan de variabele kosten, kunnen deze centrales hun investeringskosten niet terugverdienen. Daarnaast is het toekomstperspectief, door de sterk toenemende duurzame productie en de naar verwachting stijgende CO2-prijzen, eveneens ongunstig. De huidige marktwaarde van deze centrales samen bedraagt daarom nog maar zo’n 3 miljard euro. Dit wordt onderschreven door de forse afboekingen die reeds gedaan zijn op deze centrales.

Als de kolencentrales niet worden gesloten, leidt dit eveneens tot kapitaalvernietiging. Er zijn immers vele miljarden geïnvesteerd in negen moderne gascentrales en een groot WKK-park met een hoog energetisch rendement. Door overcapaciteit wordt deze gasgestookte capaciteit momenteel nauwelijks benut of zelfs in de mottenballen gezet (*2). Dit gaat gepaard met afboekingen en zelfs faillissementen (*3). De eigenaars van deze gascentrales hebben ook geen claims bij de overheid neergelegd omdat er onvoldoende maatregelen worden genomen om hernieuwbare en klimaatambities te realiseren. Dit is bevestigd door de rechtbank in de Urgenda-zaak (*4). Investeringen in nieuwe centrales gaan nu eenmaal gepaard met ondernemingsrisico’s en onvoorziene vroegtijdige sluiting is daar één van.

Ambitieuze doelen voor CO2-emissiereductie, duurzame energie en energiebesparing, werden ten tijde van de investeringsbeslissing in de nieuwe kolencentrales al besproken. Zo hebben de kolencentrales bij het verkrijgen van de vergunning aangegeven de CO2-emissies af te willen vangen en ondergronds op te willen slaan. Nu de centrales in gebruik komen, blijkt geen enkele centrale gebruik te maken van deze nieuwe technologie en vallen emissies in Nederland fors hoger uit. De exploitanten van de centrales mogen dan ook niet verrast zijn dat er maatregelen worden genomen om emissies uit kolencentrales te reduceren. Door de toename van duurzame productiecapaciteit zullen er nu eenmaal conventionele centrales moeten worden gesloten. Het is dan ook niet meer dan logisch dat dit de meest vervuilende centrales zijn.

Ten slotte is het goed om de resterende marktwaarde van kolencentrales in het perspectief te plaatsen van andere investeringen om de Nederlandse energievoorziening te verduurzamen. Zo is er een budget van 18 miljard euro beschikbaar voor de bouw windparken op zee. Daarnaast heeft minister Kamp voor de SDE+ subsidie in 2016 een budget van 8 miljard euro beschikbaar gesteld. De kolenexploitanten kunnen gezamenlijk voor ruim 4 miljard aan subsidie claimen om 25 PJ aan biomassa bij te stoken. Dit betekent dat kolencentrales in de komende jaren meer SDE+ subsidie kunnen ontvangen dan hun huidige marktwaarde, terwijl sluiting drie maal zo veel CO2-reductie (15 Mton) oplevert als het meestoken van biomassa (*5).

Er kan daarom worden geconcludeerd dat het sluiten van kolencentrales een zeer kosteneffectieve maatregel is. ECN heeft berekend dat de kosten per ton vermeden CO2 door het sluiten van kolencentrales in 2020 circa 16 euro bedragen. Ter vergelijking: de impliciete kosten van een vermeden ton CO2 wanneer met wind op zee een gascentrale wordt vervangen (wat momenteel feitelijk gaande is) bedraagt zo’n 200 euro (*6).

6. Wat zijn de kosten van het sluiten van kolencentrales voor de eindverbruikers?

Uit het onderzoek van ECN blijkt dat de elektriciteitsprijzen door de sluiting van kolencentrales beperkt stijgen, met gemiddeld 0,3 eurocent per kWh. Voor een standaard huishouden komt dit neer op ongeveer een tientje per jaar. Bovendien levert het sluiten van kolencentrales, met bijna een half miljard euro per jaar, een forse besparing op van SDE+ subsidie voor biomassa bijstook. De lagere SDE-uitgaven voor biomassa maken het mogelijk de toeslag voor duurzame energie (ODE) te verlagen. Hierdoor kan de beperkte stijging van de elektriciteitsprijs weer (deels) teniet worden gedaan.