Particulieren verdeeld over nul op de meter

Particulieren verdeeld over nul op de meter

Onderzoek van Ipsos laat verdeeldheid zien bij de mening van burgers over de nul-op-de-meter-woning (NOM). Financierbaarheid wordt als belangrijk bezwaar gezien, al vindt de meerderheid dat gemeenten méér NOM-woningen moeten realiseren.

Energiebesparing is een van de pijlers van het Energieakkoord, en in de gebouwde omgeving kan op dit punt veel resultaat geboekt worden. Het verschil in energieverbruik tussen oude en modern gebouwde woningen is enorm, en bouwmethoden als ‘Passief Bouwen’ maken woningen mogelijk waar het energieverbruik minimaal is.

Het concept ‘nul op de neter’ (NOM) staat voor een woning waarbij het energieverbruik op jaarbasis nul is; de hoeveelheid verbruikte energie is dus gelijk aan de hoeveelheid energie die opgewekt wordt, met bijvoorbeeld zonnepanelen.

Onderzoeksbureau IPSOS onderzocht de vraag ‘Wat vinden Nederlanders van nul-op-de-meter-woningen?’ middels 1.001 online interviews met particuliere huizenbezitters en huurders. Men onderzocht de algemene relevantie van het concept NOM en de persoonlijke relevantie van NOM voor de ondervraagde. Tegelijk werd meegenomen hoe ondervraagden over duurzame energie denken.

Nul op de meter aantrekkelijk

Uitkomst van het onderzoek is dat vier op de tien ondervraagden het concept aantrekkelijk vinden en vijf op de tien de inmiddels opgeleverde NOM-woningen aantrekkelijk van uiterlijk vinden. 60 procent vindt dat hun gemeente zich meer actief mag inzetten op het realiseren van woningen met nul op de meter. Huiseigenaren zijn verdeeld als zij het concept voor hun eigen woning overwegen. Maar een ruime meerderheid zegt betrokken te zijn bij zaken rond duurzame energie en 70 procent geeft aan bezig te zijn met het besparen op energiekosten.

Nul op de meter in één dag

Steeds meer bouwondernemingen ontwikkelen methoden voor het renoveren van bestaande woningen tot nul op de meter, onder andere in samenwerking met woningcorporaties die pilotprojecten hiervoor opzetten. De woning wordt voorzien van nieuwe gevels en dak (de schil) voor een goede isolatie, krijgen nieuwe installaties voor verwarming en ventilatie en voor het opwekken van energie worden zonnepanelen geplaatst. In sommige gevallen worden delen van de installatie en leidingen al in de prefab schil weggewerkt en kan de renovatie zeer snel uitgevoerd worden, in een aantal dagen en in het ideale geval zelfs binnen één dag. Meestal is sprake van een all-electric aanpak, zodat de woning geen gasaansluiting meer nodig heeft.

Veel geld, maar niet duur

Het renoveren van bestaande woningen tot nul op de meter kost afhankelijk van het woningtype en de schaalgrootte tussen de 35.000 en 85.000 euro. Door de jaarlijkse besparing op de energiekosten en de gestegen woningwaarde kan de investering terugverdiend worden, al lopen de terugverdientijden op tot zomaar dertig jaren. Belangrijk voordeel is dat de woning weer ‘als nieuw’ wordt opgeleverd, met een comfortabel binnenklimaat, de mogelijkheid in de zomer te koelen en een beperkt energieverbruik.

Woningcorporaties kunnen een deel van de verbeteringen doorrekenen in een hogere huur, dus bij gelijkblijvende totale woonlasten voor de bewoner. Particuliere woningbezitters moeten het zelf financieren, maar kunnen daar in toenemende mate voor terecht bij gemeentefondsen en energiebespaarleningen. Het verduurzamen van de huidige woningvoorraad kost dus (erg) veel geld, maar door de afname van energieverbruik, CO2-uitstoot, inzet van aardgas en afhankelijkheid van energie uit het buitenland is het niet duur.

Financiering is bottleneck

Bij de vraag van Ipsos naar de mate van aantrekkelijkheid van het nul op de meter concept, werden de meest genoemde antwoorden genoteerd. Volgens het rapport vindt men de investering ‘enorm, voor héél weinig rendement’. Ook wordt gezegd: ‘Het duurt te lang voor de kosten eruit zijn en ik weet niet of ik nog dertig jaar in mijn woning blijf.’

Dit laatste argument hangt samen met de financiering en vooral financieringsvorm. Als woningeigenaren, en dat geldt dus ook voor de eigenaren van huurwoningen, allemaal zelf de financiering van het verduurzamen moeten dragen, is een grootschalige realisatie van nul-op-de-meter-woningen ver weg.

Ipsos16jan

Maar ook hier is enige beweging te zien. Het ‘nationaal energie bespaarfonds’ kan – revolverend – de investering voorschieten en terugbetaald worden uit de besparingen, al is deze energiebespaarlening met een looptijd van tien jaar nog niet voldoende. Ook wordt gedacht aan financiering via de netbeheerder, die via de energieaansluiting letterlijk verbinding heeft met de woning en de installaties. De eigenaar betaalt een maandelijkse vergoeding aan de netbeheerder die de installaties en de energie als een service levert.

Stroomversnelling is een initiatief van gemeenten, bedrijven en woningcorporaties die zich voorgenomen hebben de komende jaren 111.000 nul op de meter woningen te realiseren. Volgende week treedt Eneco toe als partner van Stroomversnelling, als eerste energieleverancier. Dit klinkt als een lonkend businessmodel voor de oude energiereuzen die naarstig op zoek zijn naar toegevoegde waarde om een nieuwe marktpositie in te nemen. Geen gek idee. De eigenaar bezit de woning, maar betaalt zijn energieleverancier voor gebruik van triple-HR glas, extra isloatie, een fijne warmtepomp, wtw-ventilatie en zonnepanelen, en dus voor warmte, koeling, licht en frisse lucht.

Bron: Eneco en Ipsos

Beeld 23901183626_2a6ba9579f_z: Energiesprong - Stroomversnelling / Frans Hanswijk