Salderingsregeling: de achilleshiel van zon-Pv

Salderingsregeling: de achilleshiel van zon-Pv

De salderingsregeling in huidige vorm maakt investeren in zonne-energie rendabel. Salderen wordt gezien als subsidie en ‘een linkse hobby’. De solarbranche wil af van dat beeld en erkenning voor de bijdrage die geleverd wordt aan duurzame opwekking.

De markt voor zonne-energie heeft de afgelopen jaren een enorme groei doorgemaakt. Het opgestelde vermogen aan zonnepanelen bedroeg in 2005 nog geen 50 MWp. De stand eind vorig jaar, 2015, lijkt uit te komen op 1500 MWp van ruim 325.000 installaties.

Lees het dossier ‘Salderen

Volgens cijfers die vorige week door Rolf Heynen gepresenteerd werden op de Solar Business Day, telt de solarbranche meer dan 10.000 fte en is zij groter dan de totale fietsenbranche of het cafédeel van de horeca. Het areaal aan zonnepanelen was over 2015 goed voor een productie van zonnestroom van 1 TWh of 1 miljard kWh, zo’n 1 procent van de totale consumptie. Dat betekent een groei ten opzichte van 2014 met 45 procent! (Cijfers via PolderPV). De sector haalde vorig jaar naar schatting een omzet van 2,5 miljard euro inclusief export en doorvoer.

Groei Zon-Pv in Nederland
Toename (MWp): Opgesteld vermogen (MWp):
2012 369
2013 377 746
2014 302 1048
2015 450 1500 (schatting)

Zon-Pv vooral residentieel

De groei in zonnestroominstallaties is gepaard gegaan met een grote prijsdaling voor de systemen. Momenteel stabiliseert deze zich rond een euro per wattpiek. Tegelijkertijd is zonne-energie gestimuleerd met regelingen als de MIA/Vamil, EIA en SDE+. Maar het meest effectief is gebleken de salderingsregeling voor huishoudelijke en kleinzakelijke elektriciteitsaansluitingen, zodat maar liefst 70 procent van het opgestelde vermogen ‘residentieel’ is. Dus geplaatst op een dak van een huishouden of mkb-bedrijf.

De SDE+-regeling is gericht op grotere installaties en mist aan effect omdat deze subsidiepot door projecten voor wind wordt opgesoupeerd en de in exploitatie veelal duurdere zonnestroomprojecten de boot missen. Zolang de salderingsregeling overeind blijft, verwacht de solarbranche dat de groei in residentiële toepassing van zonne-energie onverminderd zal doorzetten. En daar zit de kneep: minister Kamp heeft in 2013 aangegeven de regeling voor salderen voor kleinverbruik in 2017 te heroverwegen en mogelijk te herzien. Dit leidt tot onzekerheid bij potentiële investeerders in zon, bij zowel huishoudens als mkb.

Salderingsregeling

De salderingsregeling stamt uit 2004 en is terug te vinden in de Elektriciteitswet (art. 31c). Het was bedoeld als tegemoetkoming voor agrarische bedrijven die investeerden in zonnepanelen, toen nog tegen fors hogere kosten. Salderen houdt in dat gebruikers zelf opgewekte stroom die ze niet direct gebruiken en daardoor terugleveren aan het net mogen aftrekken van de stroom die van het net betrokken wordt op het moment dat de zonnepanelen niet voldoende leveren. Dit verrekenen gebeurt tegen dezelfde kosten als de afgenomen stroom, dus het levertarief van de producent, inclusief energiebelasting, opslag duurzame energie (ODE) en omzetbelasting.

Een gemiddeld huishouden verbruikt op jaarbasis zo’n 3500 kWh. Heeft men een aantal panelen op het dak, goed voor bijvoorbeeld 2000 kWh per jaar, dan neemt men dus 1500 kWh netto af. In vergelijk met de buurman zonder panelen, heeft men dus voor 2000 keer het geldende stroomtarief (zo’n 22 eurocent per kWh) minder aan ingekochte stroom hoeven uitgeven. De elektriciteitsproducent levert minder stroom en heeft dus een lagere omzet. Tegelijkertijd mist de overheid het aandeel energiebelasting, ODE en btw en is hier dus spraken van derving. De derde partij, de netbeheerder, speelt hierbij geen rol omdat de aansluit- en transportkosten vaststaan en niet gerelateerd zijn aan het verbruik.

Geen subsidie

De salderingsregeling is dus géén subsidie, hoe vaak dat ook zo wordt gezien. Het is hooguit een derving op belastinginkomsten. Bekijken we het nader, dan is geredeneerd vanuit de bezitter van de Pv-installatie het elektriciteitsnet een opslagmedium. Voor het moment dat de panelen meer elektriciteit produceren dan hij of zij als verbruiker nodig heeft, wordt het overschot aan het net gevoerd. Op een later moment, bij een tekort zoals in de avond of nacht, wordt de op het net geparkeerde stroom weer voor eigen gebruik aangewend. Overigens zonder dat dit de bezitter iets kost.

Vereniging Eigen Huis (VEH) schreef samen met de Consumentenbond afgelopen december een brief aan het ministerie van EZ. Hierin doet men een dringend verzoek de salderingsregeling te behouden, vanwege het belang voor de toename van duurzame energieopwekking, zoals vastgelegd in het Energieakkoord. De goed uitgewerkte en gedocumenteerde brief geeft een berekening van de hierboven genoemde derving. Men schrijft: ‘De daadwerkelijke derving van de salderingsregeling door huishoudens is op dit moment ca. 50 miljoen euro (in 2015). Dit bedrag valt in het niet bij de bijdrage die de consument aan de verduurzaming levert via de energiebelasting (2,23 miljard euro in 2014). Daarbij zullen de energiebelastingopbrengsten de komende jaren blijven stijgen.’

Stroom kun je niet parkeren

De stellingname van VEH en de wens van een groot deel van de solarbranche is mogelijk wat kort door de bocht. Voor de huidige situatie is de regeling een zeer effectieve stimulans voor decentrale opwek met zonne-energie. Maar naarmate het aandeel zonnestroom in de energiemix toeneemt, neemt ook de onbalans op het elektriciteitsnet toe. Dat is een probleem voor de netbeheerder, waarvoor de capaciteit van bestaande netten uitgebreid moet worden en investeringen in smart grids nodig zijn. Het is ook een probleem voor de elektriciteitsproducent, die door de fluctuaties te maken krijgt met enorme prijsverschillen door vraag en aanbod.

Het tijdelijk parkeren van stroom op het net door de bezitter van zonnepanelen, alsof het een opslagmedium is, heeft dus wel degelijk consequenties. Stroom kun je niet parkeren en moet direct aangewend worden, in balans met de hoeveelheid elders geproduceerde en afgenomen elektriciteit. Het is logisch dat de prosument van zonnestroom bijdraagt in die kosten.

Salderingsregeling ‘niet houdbaar’

Een afbouw van de salderingsregeling zal mogelijk leiden tot stagnatie van de markt voor zonnepanelen.  Maar ook de solarbranche ziet dat op termijn het huidige systeem met de salderingsregeling niet past bij de problematiek van vraag-en-aanbodafstemming van elektriciteit. ‘Het is de netbeheerder die er last van krijgt’, zei Rolf Heynen tijdens de Solar Business Day. ‘Nu is de bijdrage in de totale elektriciteitsvraag nog maar 1 procent, maar wat als dat stijgt naar 10 procent?’

Ook Edwin van Gastel van Solar Magazine geeft desgevraagd aan dat de salderingsregeling in huidige vorm op termijn niet houdbaar is. Maar zonder redelijk alternatief loopt zonne-energie in Nederland en daarbij de sector het gevaar gemarginaliseerd te worden.

‘Salderen is geen subsidie,’ zegt Heynen. ‘Het kost de staat geen cent. Maar eigenlijk is het een zaak van de producent van zonnestroom en de netbeheerder en mogelijk ligt ook daar de oplossing.’ Zolang eigenaren van zonnepanelen zelf opgewekte stroom vrijelijk en onbelast mogen gebruiken, kan een tarief voor levering aan het net geleidelijk ingevoerd worden, in samenhang met beperking van de salderingsvoordelen.

Lobby vanuit de sector

Volgens Edwin van Gastel heeft de sector voor zonne-energie haar bestaansrecht bewezen. Het doorzetten van de behaalde groei betekent tegelijk een bijdrage aan de duurzame opwekking en doelen van het Energieakkoord. ‘De sector kan een enorme bijdrage geven, maar salderen is daar een noodzakelijk onderdeel van’, zegt Van Gastel. Het is zaak dat de sector zelf een oplossing aandraagt en daarmee de salderingsdiscussie uit de subsidiesfeer trekt. In het Energierapport ‘Transitie naar Duurzaam‘ wordt een projectie gemaakt voor een toekomst met ‘honderdduizend zonneboilers en zonnepanelen’ (p. 51). Dat op dit moment al meer dan 6 miljoen panelen staan opgesteld, geeft aan dat de sector in Den Haag nog een lange weg te gaan heeft.

 

Beeld : Publiek domein / Publiek domein