Methode-Kamp gaat energieakkoord nekken

Methode-Kamp gaat energieakkoord nekken

De vasthoudendheid van minister Kamp in het Energiedebat lijkt lovenswaardig. Maar het stelselmatig afwijzen van alternatieven doet het Energieakkoord geen goed.

Column – In het woensdag gevoerde Energiedebat in de Tweede Kamer hield minister Henk Kamp onverkort vast aan voorgenomen beleid. Op de belangrijkste punten wist hij alle suggesties af te wimpelen en bezwaren weg te wuiven. Dit lijkt goed voor de doelstellingen van het Energieakkoord en de energietransitie, maar het tegendeel is waar.

De vasthoudendheid van Kamp, ‘vastberaden’ noemde hij het zelf, om de doelen uit het Energieakkoord te halen, doet inmiddels grotesk aan. Zijn starheid, zoals Frank Wassenberg (PvdD) het noemde, maakt de overtuigde houding van de minister flinterdun. Bovendien doet het de frustratie toenemen onder de op dit dossier ingevoerde Kamerleden bij de oppositie, maar ook bij regeringspartijen.

Het debat over biomassa bij- en meestook, al meermalen gevoerd, deed sterk denken aan de behandeling van de wet STROOM en de splitsingswet van een aantal maanden geleden. Net als toen hield Kamp voet bij stuk zonder echt het debat aan te gaan. ‘Ik heb biomassa echt nodig’, zei hij woensdag, en wilde van alternatieven niet weten.

Met biomassa meestook in kolencentrales, aangemerkt als “duurzaam”, is voor de periode tot 2023 zo’n 4 miljard susbsidie vanuit de SDE+ gemoeid. Momenteel wordt met bestaande capaciteit ongeveer 5-6 PJ opgewekt. Een jaarlijkse toename met 3 PJ kan gerealiseerd worden met nieuwe capaciteit, dat wil zeggen het aanpassen van bestaande kolencentrales. Europa noemt deze subsidiëring ‘waanzinnig hoog’, bracht Dik-Faber (Christenunie) in. Dat zei Jos Delbeke, directeur-generaal Klimaat van de Europese Commissie volgens De Standaard.

De ‘methode-Kamp’ wordt zichtbaar in zijn antwoord. Biomassa hoort bij de Europese richtlijn voor duurzame energie, omdat de CO2 die vrijkomt bij de verbranding van (afval-)hout niet meetelt. Kernenergie hoort er niet bij, maar biomassa wel, legt Kamp uit. ‘Vervolgens hebben we een systeem opgezet dat ervoor zorgt dat biomassa, nu dat er eenmaal bij hoort, ook wordt benut.’ Hij voegt daar direct aan toe: ‘Dat is ons SDE+ systeem.’

Hoewel de keuze voor biomassa op zich en de inrichting van de SDE+ gehele los van elkaar staan, doet de minister dat anders voorkomen. ‘Diezelfde Europese Commissie zegt dat het SDE+-systeem het beste systeem is en houdt dat systeem andere landen als voorbeeld voor.’ Dit houdt in dat de energievorm met de laagst mogelijke prijs subsidie kan krijgen. ‘Het is mij echt een raadsel hoe je dat waanzinnig kunt noemen.’ De vergoeding voor biomassa meestook in de SDE+, de zgn. basisbedragen, is gesteld op 11,4 eurocent/kWh voor nieuwe capaciteit.

Met deze redenering van aanééngeregen voldongen feiten gaat Kamp de feitelijke discussie uit de weg. Eric Smaling (SP) probeert het op een andere manier en vraagt hoe duurzaam biomassa is en refereert aan een analyse van de KNAW die het duurzame effect behoorlijk relativeert. Kamp verschuilt zich achter de eisen van Europa en een in te richten controlesysteem en zegt: ‘Ja, maar ik moet ook verder. Ik kan niet voortdurend dingen opnieuw ter discussie gaan stellen.’ Geen ruimte voor alternatieven dus.’Dat biomassa duurzaam is voor de doelstellingen voor 2020-2023 staat vast,’ besluit Kamp.

Van Tongeren (GroenLinks) zegt over biomassa: ‘Het is niet de enige mogelijkheid om aan schone energie te komen. Het is een keuze.’ Ze noemt het ‘een uitruil met de kolensector’ en wil van de minister horen dat het gewoon een keuze is en dat het niet de enige weg is om te komen tot schonere energie.

Kamp herhaalt zijn eerdere redenering, geeft geen antwoord en pareert geërgerd:’Voor de korte termijn heb ik biomassa nodig. U kunt niet aan de ene kant tegen mij zeggen “laat de bij- en meestook van biomassa los” en aan de andere kant tegen mij zeggen “realiseer die 14%”. Dat kan niet.’

Het verloop van het debat over biomassa herhaalde zich bij de andere onderwerpen zoals windenergie, de kolencentrales, Borssele, en nieuwe plannen voor elektrisch vervoer. Zo weigerachtig Kamp is staand beleid aan te passen, zo scheutig is hij met toezeggingen in de marge. Zo moeten beslissingen over duurzame energie ‘meer in de regio genomen worden’, zegt hij. En: ‘9 PJ energiebesparing in de industrie moet er echt komen’. Maar dit zijn beloften voor de toekomst, zonder enige garantie op resultaat.

Het is deze vorm van debat voeren die de discussie over effectief klimaatbeleid en het uitvoering geven aan het Urgenda-vonnis vertroebelt. Het is totaal ongeloofwaardig om te stellen dat de doelen uit het Energieakkoord gehaald gaan worden. Met het huidige energiebeleid worden harde keuzes uit de weg gegaan om de industrie, de energiesector en het transport geen pijn te doen. Het overgrote deel van de SDE+ gaat op aan wind op land en biomassa, waarvoor de burger letterlijk en figuurlijk de rekening betaalt. De zichtbaar groeiende frustratie bij Jan Vos (PvdA) of Eric Smaling (SP) zal vroeger of later een uitweg vinden.

Kiezen voor biomassa kan, als er geen zinnige alternatieven zijn. Wind op land kan, totdat de grens voor inpassing is bereikt. Geothermie en Zon-PV zijn misschien nu nog duurder, maar dat hoeft geen reden te zijn ze niet grootschalig in te zetten. Als het halen van doelen op korte termijn alleen kan door slechte keuzes te maken, zoals biomassa, warmtenetten en de overdaad aan wind op land, dan krijgen we daar op lange termijn spijt van.

De halsstarrige opstelling en het behandelen van het Energieakkoord als natuurwet zoals Frank Wassenberg zei, maakt van het akkoord een doel op zich. Het brengt het einde van het SER energieakkoord rap dichterbij. De vastberadenheid van Kamp is niet productief en niet lovenswaardig. Zo schieten we in onze eigen voet.