Moeizame start EED door slechte voorbereiding

Moeizame start EED door slechte voorbereiding

De voorbereiding op de introductie van de EED was matig. De communicatie over de richtlijn naar bedrijven toe was onduidelijk en de tekst laat veel interpretatieruimte. Dat stelt Patrick Teunissen, adviseur klimaat en energie Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied.

‘Redelijk wat’ bedrijven hebben volgens hem uitstel aangevraagd. Cijfers hierover verschijnen pas dit najaar. Toch vindt hij de EED geen wassen neus. ‘Het is ons sterkste instrument en de impact is enorm’, aldus Teunissen. Na het houden van een energie-audit naar de Europese Energie Efficiency Richtlijn (EED) hebben (groot)bedrijven inzicht in hun energieverbruik en kunnen zijn aan de hand daarvan kosteneffectieve en energiebesparende maatregelen nemen. De EED is verplicht voor bedrijven met meer dan 250 werknemers en/of een jaaromzet van meer dan 50 miljoen euro en een balanstotaal groter dan 43 miljoen euro. Bedrijven moeten de audit eens in de vier jaar doen. De deadline lag voor bedrijven al op 5 december 2015, maar een groot aantal haalde die datum niet en vroeg uitstel aan.

Hoeveel bedrijven?

Over het totaal aantal bedrijven dat verplicht de energie-audit moet doen, bestaat onduidelijkheid. Tot de categorie grootbedrijf horen ruim 1400 bedrijven (cijfers KvK, 2016). Dat is minder dan 0,1 procent van alle bedrijven in Nederland, al zijn het wel de grootste. Patrick Teunissen, adviseur klimaat en energie bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, spreekt over 6000 bedrijven, zoals vastgoedpartijen, gemeenten, energiecentrales en alle winkelketens. ‘Dat zijn forse aantallen ondernemingen met nog meer vestigingen.’ De aankondiging van de bijeenkomst ‘Hoe nu verder met energie-audits?’ van 29 februari j.l. noemt 3000 bedrijven.

RVO monitort nog niet

Navraag bij de Rijksdienst van Ondernemend Nederland (RVO) leert dat de dienst bepaalde vragen over de EED niet kan beantwoorden en cijfers (nog) niet kan verstrekken, omdat zij daar niet over gaan of omdat zij nog niet zover zijn in het traject. ‘De gemeentes doen de handhaving van de EED. Wij hebben nu vooral een faciliterende en adviserende rol’, aldus een woordvoerder. ‘De omslag richting monitoring moeten we nog maken. Die valt uiteindelijk wel onder onze taken, maar de deadline voor de eerste monitor vanuit Europa voor het totaalbeeld is pas april volgend jaar. Wij verwachten dit najaar voor het eerst de totaalbalans op te maken.’
Aan groot deel auditplicht voldaan

De RVO wijst op beantwoording van Kamervragen over de EED van 5 februari 2016 door minister Kamp. Daaruit blijkt dat het toesturen van de audits aan en de beoordeling ervan door het bevoegd gezag (gemeente) nog enige tijd in beslag zal nemen. Volgens Kamp is wel al voor een belangrijk deel voldaan aan de auditplicht, omdat grote ondernemingen invulling kunnen geven aan de energie-audit op basis van deelname aan de convenanten MJA3 en de Meerjarenafspraak energie-efficiëntie ETS-ondernemingen (MEE). De 1100 deelnemende bedrijven aan MJA3 en MEE dekken 80 procent van het energieverbruik door het bedrijfsleven en 25 procent van het Nederlandse energieverbruik, schrijft Kamp.

Onduidelijke communicatie EED

In zijn bijdrage op de bijeenkomst van 29 februari sprak Teunissen over een ‘harde werkelijkheid’. Daarmee doelde hij op onduidelijke communicatie over de richtlijn naar bedrijven toe over en de grote interpretatieruimte die de tekst van de richtlijn laat. ‘Die tekst is nauwelijks te lezen en vereist deskundigheid. Er leven veel vragen bij bedrijven. Veel bedrijven willen compliant zijn, maar weten bijvoorbeeld niet welke offertes goed zijn en kunnen hun vragen hierover niet kwijt. Qua prijs is er soms een factor 4 verschil tussen die offertes. Wat is dan wijsheid?’ Het signaal dat van de regeling moet uitgaan is dat het stimuleren van energiebesparing niet vrijblijvend is en dat er strakker op wordt gecontroleerd. “Alleen geeft het rijk dat signaal op deze manier niet eenduidig aan bedrijven af.’

Overleg

Daarover treedt Teunissen dan ook regelmatig in overleg over met de VNG en het ministerie. ‘Wij staan ook voor de belangen van bedrijven. Vanuit het bedrijfsleven en in gemeenten zijn die signalen fors en wordt hard gewerkt om aan de eisen te voldoen. Je kunt de matige voorbereiding op de introductie van de EED repareren, maar we lopen achter de feiten aan.’ Sommige bedrijven hebben de audit al laten uitvoeren, maar “redelijk wat” bedrijven hebben volgens Teunissen uitstel aangevraagd. ‘We geven bedrijven ruimte om de audit op te stellen. Uiterlijk 1 juni moet deze binnen zijn.’ Hij verwacht dat ongeveer 20 procent van de bedrijven een audit uit zichzelf zal opstellen en bij 60 á 70 procent nog actie nodig is van omgevingsdiensten. ‘Als de audit uitblijft, dan schrijven we aan of leggen we per vestiging een dwangsom op.’

Keurmerk

De omgevingsdienst helpt bedrijven door te wijzen op certificatiesystemen of het gebruik van een keurmerk die gezien kunnen worden als invulling van de auditverplichting. ‘Als ze dat keurmerk willen halen, dan moet je ze daarvoor de ruimte geven. Als ze daarmee invulling geven aan de auditverplichting is er systematische milieuzorg bij die bedrijven. De RVO komt binnenkort met factsheets over diverse keurmerken waarin beschreven wordt op welke punten voldaan wordt aan de EED.’ Bedrijven doen zeker niet smalend over de regeling, stelt Teunissen. ‘Dat is een groot verschil met enkele jaren terug. Het besef dat ze er hard aan moeten werken is er net als het besef dat het een grote opgave is. Voor landelijke ketens die soms tientallen audits moeten maken is dat nogal wat, zeker als je er geen rekening mee hebt gehouden in je begroting. Met goede communicatie voorafgaand aan de EED hadden bedrijven zich een beter beeld kunnen vormen.’

Gemiste kans

Ongeveer 1100 bedrijven hebben een vrijstelling gekregen voor de EED. Volgens Teunissen voldoen deze al aan richtlijnen, zoals het Convenant Meerjarenafspraken die loopt van 2017 tot 2020 of hebben zij een iso-certificaat. Een wassen neus is de EED volgens hem zeker niet. ‘Het is ons sterkste instrument en de impact is enorm.’ Een gemiste kans vindt Teunissen dat het verzoek van FedEC voor het verplicht inschakelen van een geaccrediteerd onafhankelijk energieadviseur voor grotere bedrijven niet door het rijk is gehonoreerd. Volgens deze beroepsvereniging van energieadviseurs levert dat bedrijven meer energiebesparing en financieel voordeel op. ‘De Europese richtlijn bood daar ruimte voor. Er is een groot kwaliteitsverschil in audits. Wellicht kan het rijk dit repareren voor de volgende audit over vier jaar.’ Op Europees niveau denkt men al aan aanpassing van de richtlijn naar meer afstemming tussen lidstaten, anders zou het te ingewikkeld worden voor internationale bedrijven. ‘Ze zouden dan ook eisen kunnen stellen aan de kwaliteit van de audits.’

Problematische casussen

Ook FedEC blijft zich inspannen voor EED-audits uitgevoerd door onafhankelijke erkende energieadviseurs, aldus FedEC-bestuurslid Richard Zwiers. Speciaal voor de EED stelde FedEC een erkenningsregeling op met een onafhankelijke raadskamer die adviseurs beoordeelt op kwaliteit en onafhankelijkheid. Zo kan de kwaliteit van de energieaudit worden geborgd. ‘De overheid heeft daar in de huidige regeling niet voor gekozen, maar deze regeling zal te zijner tijd worden geëvalueerd en aangepast. Voor die evaluatie verzamelt FedEC al problematische cassussen.’

APK-vergelijking

Nauw verwant hieraan is de relatie tussen de EED en de Energieprestatiekeur (EPK). De EPK is een afspraak uit het energieakkoord die vergelijkbaar is met de APK: een toets waarmee een onderneming kan laten zien dat hij met zijn bedrijf serieus werk maakt van energiebesparing. Volgens Zwiers zijn het afgelopen jaar in verschillende sectoren succesvolle EPK-pilots gedraaid en naar verwachting wordt in mei de EPK breed in Nederland uitgerold. FedEC bepleit dat de overheid de (vrijwillige) EPK audit erkent als onderdeel van de verplichte EED audit. ‘Het is onwenselijk als de EED en EPK parallelle trajecten worden, want dan raken bedrijven de draad kwijt. Dit betekent dat ook de kwaliteit van de EPK goed moet worden geborgd. Hierover zijn we met het ministerie in gesprek.’

Logisch verschil tussen offertes

Hoewel hij het congres bijzonder geslaagd noemt en er volgens hem al veel positiefs is gebeurd, valt ook Elmer van Krimpen, adjunct-directeur van F&B (specialisten in energie en milieu) en coördinator van het energie-auditcongres van eind februari, op dat niet alle bevoegde instanties de handhavingszaken goed oppakken. Hij kan zich voorstellen dat er bedrijven zijn die de regeling onduidelijk vinden. ‘Maar er is wel degelijk voorlichting vanuit de overheid.’ Op het congres kwam Van Krimpen geen bedrijven tegen die tegen de EED zijn. ‘Ik kan natuurlijk geen objectief beeld geven, want de bedrijven die niet willen spreek ik niet.’ Hem is niet ter ore gekomen dat veel bedrijven een vrijstelling hebben gekregen. Cijfers over het aantal bedrijven dat uitstel heeft aangevraagd heeft hij niet. Het verschil in prijsniveau van de offertes verklaart Van Krimpen uit het feit dat iedereen zich energieadviseur mag noemen. ‘Logisch dat een zzp’er MBO+niveau verwarmingsinstallateur een ander tarief hanteert dan een gespecialiseerde adviseur met een TU Delft-achtergrond.’