NWEA: ‘Ambities op land lokaal invullen’

NWEA: ‘Ambities op land lokaal invullen’

Gelijk met de Winddagen in Rotterdam, publiceerde de windenergie associatie haar visie voor 2030 met de aanbeveling voor een gebiedsgerichte aanpak, want ‘windenergie is van iedereen’.

Tijdens de Winddagen op 15 en 16 juni, georganiseerd door NWEA, Topconsortium voor kennis en innovatie TKI Wind op zee en FLOW (Far and Large Offshore Wind), presenteerde de Nederlandse Windenergie Associatie haar visie op de ontwikkeling van windenergie voor het komende decennium.

Voor de transitie naar een volledig duurzame energievoorziening is windenergie onmisbaar; het is de goedkoopste techniek met bovendien de laagste CO2-footprint, vergeleken met andere duurzame energiebronnen. Voorts verwacht de sector een verdere prijsdaling van de productie van windenergie, zelfs met 60% in 2030, zoals NWEA schrijft in haar ‘Visie 2030‘. Daarnaast zorgt volgens de associatie verdere groei voor een ‘sterke economische impuls’, onder ander door de versterking van de exportpositie van Nederland op het gebied van wind op zee. Hiermee bedoelt men de Nederlandse offshore industrie.

Doelstelling duurzame energie na 2020

Om de energietransitie te laten slagen, komt NWEA met een aantal aanbevelingen. De belangrijkste is een nieuw doel voor duurzame energie: 33% van de totale energievoorziening in 2030 en een volledig duurzame energievoorziening in 2050. Dit houdt in dat het huidige energieakkoord geheel uitgevoerd moet worden en een nieuw akkoord nodig is voor de periode 2020-2030 met stabiel beleid. Voor wind op zee wil NWEA jaarlijks 1 gigawatt capaciteit toegevoegd zien. Het voortzetten van de huidige tendersystematiek, zoals toegepast bij Borsele I en II met een koppeling naar kostprijsreductie, is daarbij cruciaal.

Regionaal mandaat

Voor wind op land ziet NWEA dat het huidige ruimtelijke beleid, met een door de rijkscoördinatieregeling (RCR) dominante rol van de centrale overheid, omgebouwd moet worden naar een gebiedsgerichte aanpak. De doelstelling voor lokale opwekking zou dan vanuit de regio ingevuld dienen te worden, met eigen financiële verantwoordelijkheid. Hierdoor zal eerder burgerparticipatie mogelijk worden en kan meer draagvlak ontstaan voor lokale MW-projecten. De invulling van de doelstelling is dan losgekoppeld van de techniek en kan dus uit een mix bestaan van lokale mogelijkheden, met zon, geothermie, biogas en wind.

SDE+ continueren

Volgens de visie van NWEA is het van belang dat de huidige SDE+ regeling gecontinueerd wordt, ook na 2020. Het is juist een stabiel beleid dat nodig is om investeringen rendabel te maken en om verzekerd te zijn van een succesvolle uitrol van met name wind op zee. Wel ziet de associatie in samenhang met het regionaal mandaat de mogelijkheid om de SDE+ op te delen in regionale budgetten. ‘Dit legt de verantwoordelijkheid bij lokale en regionale bestuurders en geeft omwonenden meer ruimte om mee te beslissen over de vraag hoe de energietransitie moet worden vormgegeven in hun omgeving,’ schrijft NWEA.

Het rapport is hier te vinden: NWEA Visie 2030

Lees ook: ‘Windmolens draaien op subsidie – maar die lijkt goed besteed‘; een compleet overzicht van windenergie in Nederland n.a.v. het boek ‘Alles over Windenergie’ van Guido Bakema en Broer Scholtens: ‘Wind is een tussenstap in de energietransitie‘.

Wind: actuele status

In de NWEA Visie 2030 wordt een overzicht gegeven van de status en ontwikkeling van windenergie in Nederland. Voor de periode na 202 is een stevig en vooral stabiel beleid nodig, wil Nederland een inhaalslag maken.

  • Volgens de NEV ligt het bruto finale energieverbruik de komende vijftien jaren tussen de 2000 en 2100 PJ. De vraag naar elektriciteit (eindverbruik) ligt in die periode tussen de 360 en 410 PJ (100 tot 114 TWh).
  • Bij snellere elektrificatie kan het verbruik fors hoger uitkomen; schattingen van de European Climate Foundation gaan uit van bijna 500 PJ in 2030 en bijna 600 PJ in 2050 (resp. 135 TWh en 162 TWh).
  • Het eerste doel ligt in 2020, volgens de Europese 20-20-20 afspraken 20% CO2 reductie, 20% duurzame opwek en een verbetering van energie efficiëntie van 20%. Nederland heeft zichzelf 14% duurzame opwek tot doel gesteld in 2020 en 16% in 2023, maar zal over vier jaren amper voorbij de 12% komen.
  • Voor wind staat de doelstelling 6000 MW op land (2020) en 4450 MW op zee (2023). Momenteel staat op land bijna 3200 MW. Op zee is nog wat te doen, daar staat nu 557 MW opgesteld (Windstats, Bosch & Van Rijn)
  • Doelen voor na 2023 zijn nog niet geformuleerd. Wel heeft de Europese Unie bindend verklaard een reductiedoelstelling voor de CO2-uitstoot van 40% in 2030, met daarnaast een streven voor 27% duurzame opwek. De NWEA adviseert vanaf 2020 de capaciteit op zee uit te breiden met 1 GW per jaar (!), tot 15 GW in 2030. Het potentieel van het Nederlandse stukje Noordzee bedraagt 34 GW.
  • Ook voor wind op land ziet NWEA potentie. Volgens het Energierapport is ruimte voor 8 GW, dus 2 GW méér dan de 2020 doelstelling. Maar door het opschalen van bestaande windprojecten waarvan de levensduur (lees: SDE+) eindigt tussen 2020 en 2030 is volgens NWEA een veel groter potentieel mogelijk.
  • In 2015 werd in Nederland ruim 7 TWh aan windenergie geproduceerd (CertiQ).

 

Beeld : Armin Kübelbeck / Armin Kübelbeck