Flevoland verkent route naar energieneutraliteit in 2050

Flevoland verkent route naar energieneutraliteit in 2050
EXPERTBIJDRAGE

Dat de provincie Flevoland binnen Nederland koploper is op het terrein van hernieuwbare energie zal door niemand worden betwist. De ambities gaan echter verder: de provincie wil volledig energieneutraal worden. Om de horizon van 2050 in beeld te brengen, hebben drie onderzoeksbureaus opdracht gekregen scenario’s te ontwikkelen.

Vandaag de dag wordt 60% van het energieverbruik in Flevoland duurzaam opgewekt, waarbij het transport niet wordt meegerekend. (Inclusief transport is dat 30%.) Over vier jaar, in 2020, moet dat percentage op 100% liggen (exclusief transport), in 2030 moet datzelfde percentage zijn gerealiseerd maar dan inclusief transport. Ambitieus, maar de provincie kijkt verder, en wel naar het jaar 2050. Dan wil Flevoland volledig energieneutraal zijn, wat betekent dat er een balans is tussen verbruik en opwekking, in dit geval 100% duurzaam met wind en zon als de hoofdleveranciers van hernieuwbare energie.
Naast de wil om dit te realiseren is er tevens een gevoel van grote urgentie. Op nationaal niveau is met het Energieakkoord uit 2013 afgesproken om fors energie te besparen.

Scenario’s

Het jaar 2020 ligt dichtbij en de provincie vindt het zinvol om voorwaarts te kijken richting 2050, omdat in dat jaar de tweede generatie windmolens economisch is afgeschreven en er een nieuwe situatie ontstaat. Welke mogelijkheden voor energiebesparingen en opwekking van hernieuwbare energie zijn er en wat zijn hun financiële en economische effecten? Ook de mogelijke consequenties voor leefomgeving en – breder – samenleving werden in de energieverkenning meegenomen. Flevoland heeft drie bureaus opdracht gegeven om de mogelijke scenario’s langs deze lijnen in beeld te brengen, elk vanuit hun eigen expertise: Posad (ruimtelijk), ECN (energie) en Ecorys (financieel). Uitgangspunt was telkens optimale resultaten voor Flevoland vanuit energetisch, economisch en ruimtelijk perspectief. In alle scenario’s is de opwekkingscapaciteit minimaal even groot als het totale energieverbruik.

Scenario 1:
Ruimtelijk optimaal. Hierbij gaat het om maatregelen die de minste ruimtelijke impact hebben.

Scenario 2:
Energetisch optimaal. Hierbij wordt uitgegaan van zowel maximale besparing als maximale opwekking van hernieuwbare energie.

Scenario 3:
Economisch optimaal. Uitgangspunt is het beste maatschappelijke rendement voor Flevoland.

In eerste instantie is dus niet gekeken wat het ene optimale resultaat voor gevolgen had voor de andere punten van deze driehoek.

flevoscenario103

Om een concreet voorbeeld te geven: het bijplaatsen van veel windmolens om een maximale opbrengst uit windenergie te kunnen realiseren, heeft vanzelfsprekend gevolgen voor het gebruik van de beschikbare (en beperkte) ruimte en is tevens van invloed op de kwaliteit van de leefomgeving. In alle scenario’s is berekend dat in 2050 de opwekkingscapaciteit van hernieuwbare energie minimaal even groot kan zijn als de totale energiebehoefte inclusief vervoer. Het is ook mogelijk meer te produceren dan voor de totale energiebehoefte nodig is, waardoor Flevoland netto-leverancier zou kunnen worden van hernieuwbare energie. Naast deze extreme scenario’s hebben de bureaus ook varianten uitgewerkt.

Uit de verkenning komt onder meer naar voren dat de invulling van de strategie om energieneutraal te worden een positief effect heeft op de welvaart van zowel Flevoland als Nederland. Het is evenwel onmogelijk om langetermijnontwikkelingen met een grote mate van precisie te voorspellen. De resultaten van de uitgevoerde energieverkenning zijn daarom niet meer dan mógelijke toekomstbeelden, uitgaande van bepaalde vooronderstellingen. Technologische vooruitgang is weliswaar deels meegenomen in deze studie, maar toch zal er naar 2050 op dit vlak nog veel verbeterd worden, wat zeker van invloed zal zijn op de uitkomst van de energieberekening.

Samenwerking

Bijzonder aan deze verkenning is dat de scenario’s vanuit meerdere invalshoeken ontwikkeld zijn én dat drie bureaus van begin af aan zeer intensief hebben samengewerkt en hun kennis en ervaring met elkaar hebben gedeeld. Het combineren van de perspectieven (economisch, ruimtelijk en energetisch) is vooral interessant om verschillende uitgangspunten met elkaar te kunnen vergelijken. Dit ‘draaien aan de knoppen’ geeft inzicht in welke keuzes welke gevolgen kunnen hebben. Zo kan bijvoorbeeld verdergaande uitrol van maatschappelijk aantrekkelijke opties het kosten-batensaldo verbeteren, met als consequentie dat in de provincie meer wordt geproduceerd dan nodig is voor energieneutraliteit. Ook kunnen economische en ruimtelijke belangen uitgeruild worden. Zo verlaagt de uitrol van elektrisch vervoer – in plaats van meer energieproductie met wind en zon – de ruimtelijke impact aanzienlijk, maar geeft deze wel een minder goed economisch resultaat. Het zijn slechts enkele voorbeelden van de mogelijkheden om de verkenning als basis voor ontwikkeling te gebruiken.

Systematiek en dialoog

Het delen van de onderzoeksresultaten is ook een vorm van samenwerken. Dat is precies wat Flevoland en de onderzoeksbureaus beogen en wat ook naar voren kwam tijdens de bijeenkomst die de provincie op 25 mei jl. organiseerde. De scenario’s zijn in woord en beeld door de onderzoeksbureaus gepresenteerd en er vond aansluitend een levendige gedachtewisseling plaats tussen de onderzoekers van de drie bureaus en de aanwezigen; een gevarieerd gezelschap met onder meer ambtenaren van gemeenten en provincies en ook vertegenwoordigers van milieuorganisaties en netbeheerders.

Prikkelend was de vraag of andere partijen, aanwezig of niet, dezelfde systematiek kunnen hanteren zoals die door de onderzoeksbureaus en Flevoland samen is ontwikkeld. Hoewel er vanuit de zaal verschillende geluiden klonken, was er niettemin een rode draad te ontdekken. De input verschilt per gemeente of provincie, want elke situatie is tot op zekere hoogte uniek. Relateer je de lokale/regionale omstandigheden aan de drie thema’s – energetisch, economisch en ruimtelijk -, dan biedt dat mogelijkheden om de speelruimte die je als beleidsmaker hebt inzichtelijker te maken. Je kunt daarbij, zoals de onderzoekers hebben laten zien, meer of juist minder nadruk aan een thema geven en meteen zien wat daarvan de effecten zijn. Kortom, de scenario’s geven houvast om beleidslijnen op de langere termijn uit te zetten, al zijn het geen harde wetmatigheden die een zekere uitkomst garanderen.

Een andere vraag die aan de orde kwam, was: hoe organiseer je een goede dialoog? Een van de deelnemers aan de discussie merkte op dat in de scenario’s het mobiliseren van menskracht als factor ontbrak. Het schetsen van een perspectief is namelijk van belang om politiek lastige besluiten over bijvoorbeeld extra windmolens te kunnen motiveren. Weten burgers in het betreffende gebied hoe die invulling er concreet uit gaat zien, en wat zij er eventueel bij te winnen hebben, dan kan dat een positieve uitwerking hebben op de aard en snelheid van het besluitvormingsproces. Niet onbelangrijk is het om daarbij te focussen op realistische scenario’s. Weliswaar is het goed om de hoeken van het speelveld in beeld te brengen, maar wil je als overheden, marktpartijen en organisaties daadwerkelijk stappen kunnen maken, dan zul je eerder successen boeken met acceptabele alternatieven. Een ander signaal: Ga niet in een kamertje zitten puzzelen, maar doe dat met het gebied, de burgers én bedrijven samen.

Aanknopingspunten

Een langetermijnperspectief hoeft het nemen van maatregelen op de korte termijn niet in de weg te staan, integendeel. Het is goed om de horizon van 2050 in beeld te brengen, maar het werken aan een energieneutrale toekomst voor Flevoland (en elders) is al begonnen. Bovendien: wil je een windmolenpark ontwikkelen, dan ben je zo een decennium verder voordat het project gerealiseerd is. In een breder perspectief: er ligt een nationaal Energieakkoord en tevens een mondiaal Klimaatakkoord. Op welk niveau ook geacteerd wordt, van lokaal via regionaal naar nationaal, commitment van een zo groot mogelijk aantal partijen is noodzakelijk om van een afspraak een succesverhaal te maken. Vanuit de zaal werd gesuggereerd om een nationale energieregisseur aan te stellen die dit transitieproces kan begeleiden en monitoren.

We verwachten tot besluit dat de verkenning die we hebben laten uitvoeren ook aanknopingspunten kan bieden voor andere provincies en gemeenten als het gaat om het ontwikkelen van beleid op het gebied van duurzame energie. De klimaatdoelstelling die mondiaal is geformuleerd, moet op alle bestuursniveaus worden ondersteund om de ambities daadwerkelijk met elkaar te kunnen realiseren. Provincie Flevoland blijft onverminderd vasthouden aan haar ambitie om volledig energieneutraal te worden, in samenspraak met inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere partijen die dezelfde urgentie voelen om de mondiale temperatuurstijging binnen de met elkaar afgesproken grenzen te houden.

Over de samenstellers:

Initiatiefnemer Provincie Flevoland heeft samen met ECN, Posad en Ecorys de mogelijkheden onderzocht om in 2050 volledig energieneutraal te kunnen zijn. De tekst van dit artikel is van Reinold Vugs. Voor meer informatie kan contact gezocht worden met de Provincie Flevoland, communicatieadviseur Ruimte en Economie Bart Harleman.

 

Beeld flevoscenario103: Provincie Flevoland / Reinold Vugs
Beeld Windpark-Westermeerwind: Siemens / Eneco Hollandse Wind voor NS