Minister Kamp uit kritiek op energiebesparing in de industrie

Minister Kamp uit kritiek op energiebesparing in de industrie

Minister Kamp is teleurgesteld in de resultaten van 2015 van de convenanten Meerjarenafspraak Energie-efficiëntie ETS- ondernemingen (MEE) en Meerjarenafspraak Energie-efficiëntie 3 (MJA3). Dat laat hij weten middels een brief aan de Tweede Kamer.

Uit de resultaten blijkt dat het energiebesparingstempo in de industrie in 2015 met 40% is teruggelopen ten opzichte van 2014 en zelfs met meer dan 50% ten opzichte van 2013. Toch verloopt deze daling conform de huidige (2013-2016) Energie Efficiëntie Plannen (EEP). Alle zekere energiebesparingsmaatregelen zijn voor het grootste deel al in 2013 en 2014.

Resultaten 2015

Onderstaande tabel geeft voor de deelnemende bedrijven gezamenlijk het energiegebruik, de energiebesparing en de energie-efficiëntieverbetering weer voor het proces en de keten in Nederland. Daarnaast toont de tabel de jaarlijkse besparing op de energiekosten als gevolg van de behaalde energie- efficiëntieverbeteringen.

Energiebesparing in de industrie

Onderstaande tabel toont de jaarlijkse gerealiseerde energiebesparingen van de convenanten sinds 2008. Voor het MEE convenant zijn de resultaten sinds 2010 opgenomen, omdat het convenant dat jaar in werking is getreden.

Energiebesparing in de industrie

Teleurstellend

Hoewel de daling in de lijn der verwachting lag, is minister Kamp toch flink teleurgesteld: ‘De monitoring laat echter ook zien dat in 2015 het laagste resultaat is behaald binnen het MEE-convenant sinds de start van het convenant in 2010 en dat ook voor het MJA3-convenant het laagste resultaat is bereikt sinds 2013. Ik vind dit tegenvallend. Enige fluctuatie in het energiebesparingstempo is begrijpelijk aangezien na het opstellen van een energiebesparingsplan (en het onderzoek wat hieraan vooraf gaat) in de eerste jaren de meeste projecten plaatsvinden door toegezegde financiering. Echter ook als rekening gehouden wordt met jaarlijkse fluctuaties en de planperiode is het energiebesparingstempo in 2015 significant teruggelopen. De monitoring over de jaren heen bevestigt dit ook.’ zegt Kamp in zijn brief aan de Tweede Kamer.

In 2015 waren er 1097 bedrijven aangesloten bij de convenanten MEEMJA3. Verdeeld over 7 sectoren in de MEE, de zware industrie, en 33 in de MJA3, de overige industrie en organisaties. De convenanten hebben een looptijd tot en met 2020 en vertegenwoordigen gezamenlijk ruim 80% van het industriële energiegebruik en een kwart van het totale energiegebruik in Nederland.

Voortgangsverklaring

Een bedrijf ontvangt jaarlijks een voortgangsverklaring wanneer de geplande zekere maatregelen in het EEP voor dat jaar in voldoende mate zijn uitgevoerd. De voortgangsverklaring is nodig voor teruggaaf van de belasting en compensatie van indirecte emissiekosten. Over 2015 hebben 1.056 convenantbedrijven (97%) een voortgangsverklaring ontvangen. Bij 40 MJA3-bedrijven is de verklaring onthouden.

Uitbreiding eisen

Om in de toekomst betere resultaten te behalen worden de eisen aan een nieuw EEP (2017-2020) uitgebreid binnen de convenanten. ‘Bedrijven worden in deze periode verplicht gesteld om inzicht te geven in de belangrijkste besparingsmogelijkheden, uitgaande van de best beschikbare technologieën en met een terugverdientijd kleiner dan of gelijk aan vijf jaar. Voor het MEE-convenant geldt dat alleen met een gegronde reden een bedrijf af kan zien van het nemen van een mogelijke besparingsmaatregel met een terugverdientijd van korter dan vijf jaar. Met deze aanscherping is de verwachting dat energiebesparingsmaatregelen daadwerkelijk genomen zullen worden’, zegt minister Kamp in de brief. De minister hoopt dat de resultaten van 2015 eenmalig zijn: ‘Indien de ingediende EEP’s voor de periode 2017-2020 blijk geven van een lager ambitieniveau dan in de voorgaande jaren, zal ik bekijken of de huidige convenantsaanpak nog passend is. Ik ga er echter vanuit dat de bedrijven ook voor de laatste periode ambitieuze EEP’s zullen indienen.’