Minister Kamp overweegt aanpassingen salderingsregeling

Minister Kamp overweegt aanpassingen salderingsregeling

Minister Kamp heeft de Tweede Kamer laten weten toch te overwegen om de salderingsregeling aan te passen. Dit wil de minister doen naar aanleiding van het evaluatierapport ‘De historische impact van het salderen’

Lees het dossier ‘Salderen

Vorige week heeft minister Kamp het evaluatierapport dat is opgesteld door onderzoeksbureau PriceWaterhouseCoopers (PwC) naar de kamer gestuurd. In de begeleidende brief laat de minister van Economische Zaken weten opdracht te hebben gegeven aan ECN om verschillende opties voor het aanpassen van de huidige salderingsregeling door te rekenen. Uit de evaluatie van PwC blijkt namelijk dat de salderingsregeling erg duur is voor de overheid en dat zonnepaneelbezitters door de regeling niet worden gestimuleerd om te investeren in opslagbatterijen. Kamp laat vooralsnog niet weten welke opties er precies worden nagerekend.

Uit het evaluatierapport blijkt dat onder andere de salderingsregeling er aan heeft bijgedragen dat het totaal geïnstalleerde vermogen zon-pv bij kleinverbruikers sinds 2011 sterk is toegenomen. De gemiddelde jaarlijkse groei betrof in deze periode 91%, tegenover een groei van gemiddeld 13% in de periode van 2004 tot 2011. De groei is naast de salderingsregeling ook te danken aan nationale en regionale subsidies en aan de sterke daling van de kosten van zonnepanelen.

Terugverdientijd

Vooral de terugverdientijd die de salderingsregeling in 2015 heeft doen verkorten van 14 jaar naar circa 7 jaar is een belangrijke drijfveer voor particulieren om te investeren. Daarbij laat het onderzoek zien dat een financiële stimulans van de overheid nog nodig is om investeringen in lokale hernieuwbare energieproductie te stimuleren en de huidige groei te behouden. Hoewel de investeringen in zon-pv het draagvlak voor verduurzaming kan vergroten kan PwC niet zeggen welke invloed salderen daarbij heeft.  In het geval van woningbouwcorporaties worden er algemeen langere terugverdientijden geaccepteerd. Daarbij bestaan voor hen andere belemmerende factoren, zoals voldoende financieel voordeel voor de huurder en voldoende dakoppervlak. Salderen heeft de terugverdientijd voor bedrijven verkort van 17 jaar naar 10 jaar en het rendement vergroot van 4% naar 10%.

Opslag

Daarentegen zorgt salderen ervoor dat kleinverbruikers minder geneigd zijn om te investeren in een batterij op slimme energiemanagementsystemen die ervoor zorgen dat er zoveel mogelijk van de zelf opgewekte elektriciteit achter de meter wordt verbruikt. Elke kWh opgewekte elektriciteit die een particulier niet direct zelf verbruikt, kan worden ingevoed op het elektriciteitsnet en op een willekeurig moment in dezelfde verbruiksperiode van 12 maanden weer van het elektriciteitsnet worden afgenomen tegen dezelfde prijs. Dit remt (toepassing van) innovatieve ontwikkelingen die het energiesysteem efficiënter en betrouwbaarder kunnen maken en kunnen bijdragen aan duurzame initiatieven. Dit is voor de langetermijnstabiliteit van het elektriciteitsnet wel van belang.

Kosten

In het evaluatierapport wordt de gederfde energiebelasting en opslag duurzame energie (ODE) als gevolg van de salderingsregeling op 80 miljoen euro in 2015 geschat. ‘Op basis van de vergelijking in termen van euro’s per ton vermeden CO2-uitstoot blijkt de salderingsregeling met 269 euro per Mton CO2 een relatief dure regeling. Voor grootschalige zon-PV in de SDE+ is dat 159 euro per Mton CO2’, zegt minister Kamp.

Uitgangspunten nieuwe regeling

De minister heeft in zijn brief aan de Tweede Kamer laten weten dat hij de de ondersteuning van investeringen in lokale hernieuwbare energieproductie nog niet wil afschaffen, zolang deze zonder steun onrendabel is. Kamp: ‘Ik heb toegezegd dat er bij aanpassing van de salderingsregeling een goede overgangsregeling komt voor burgers en organisaties die gebruikmaken van de huidige regeling. Voor de vormgeving van het instrumentarium voor de  stimulering van lokale hernieuwbare energie vanaf 2020 hanteer ik de volgende uitgangspunten. De regeling dient:

  •  een toekomstbestendige en kosteneffectieve stimulans te bieden voor de 
kleinschalige productie van hernieuwbare elektriciteit;
  •  stuurbaar te zijn (de hoogte van de stimulans kan aangepast worden, 
bijvoorbeeld naar aanleiding van veranderingen in de kostprijs van zon-PV- 
systemen);
  •  gebouweigenaren met een kleinverbruikersaansluiting voldoende 
investeringszekerheid te bieden;
  •  toegankelijk en begrijpelijk voor particulieren en bedrijven te zijn;
  •  uitvoerbaar te zijn;
  •  voor een voldoende stabiele groei van de markt voor zon-PV te zorgen;
  •  voor zover mogelijk optimaal ruimtegebruik voor de productie van 
hernieuwbare energie te stimuleren; en
  •  zo min mogelijk marktverstorende effecten te hebben en voor zover mogelijk 
nieuwe ontwikkelingen, onder andere om toekomstige lasten voor het elektriciteitssysteem te beperken, zoals opslag en ICT ontwikkelingen, niet te belemmeren.’

Verder laat Kamp ook weten het verzoek van Kamerlid Mulder (CDA), om huishoudens die salderen ook te laten meebetalen aan de ODE, mee te nemen in de overwegingen bij de vormgeving van de stimuleringsregeling vanaf 2020. Naast de uitkomsten van de doorrekeningen van ECN zal minister Kamp zijn besluit basseren gesprekken met een grote belanghebbenden over de uitgangspunten voor en de vormgeving van een nieuwe regeling vanaf 2020. 
Vereniging van woningcorporaties Aedes wil alvast benadrukken dat salderen voor woningcorporaties cruciaal is voor het succes van nul-op-de-meterwoningen. De vereniging vindt dat er in het onderzoek teveel focus is gelegd op de particuliere bewoners.  Positieve effecten op de huursector en de mogelijkheden voor externe investeerders zijn hierin niet of nauwelijks meegenomen. Bovendien vindt Aedes dat het onderzoek te veel kijkt naar de financiële kosten en opbrengsten van saldering. En dit vergelijkt met bijvoorbeeld de financiële kosten en opbrengsten van verbranding van biomassa in een kolencentrale. Maatschappelijke en sociale effecten van saldering zoals afname van energie-armoede en ontstaan van buurtinitiatieven komen niet terug in het evaluatierapport. Laatstgenoemde effecten zijn voor corporaties en gemeenten juist van grote waarde.

Minister Kamp zal in het voorjaar van 2017 de Kamer informeren over de resultaten van de doorrekening van de varianten en het besluit over de stimulering van lokale hernieuwbare energie vanaf 2020.

Bron: Brief minister Kamp aan Tweede Kamer