PBL-rapport rooskleurig over potentieel warmtenetten

PBL-rapport rooskleurig over potentieel warmtenetten

Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving kan de Rijksoverheid veel belemmeringen rond warmtenetten wegnemen. Dat staat in het rapport ’Toekomstbeeld klimaatneutrale warmtenetten in Nederland’ dat onlangs is gepubliceerd. VEMW zet vraagtekens bij de geschetste bijdrage van warmtenetten.

Met warmtenetten kan Nederland grote stappen zetten in de transitie naar een klimaatneutraal energiesysteem. Dat zal niet eenvoudig zijn, omdat het planning en coördinatie vergt en grote investeringen vraagt met financiële risico’s. De Rijksoverheid zou veel belemmeringen en aarzelingen kunnen wegnemen, maar laat het initiatief aan gemeenten en provincies. Dit beeld schetst het rapport ’Toekomstbeeld klimaatneutrale warmtenetten in Nederland’ van het PBL.

Transitie laagwaardig warmtegebruik

In Nederland komt  30 procent van het totale energiegebruik  – jaarlijks bijna 800 PJ – voor rekening van laagwaardig warmtegebruik voor verwarming van gebouwen en voor productieprocessen tot 120 oC. Meer dan 95 procent van deze warmteproductie geschiedt door verbranding van – fossiel – aardgas. Door gebouwen verder te isoleren en over te schakelen naar warmtenetten en andere technieken kan de warmtevoorziening veel duurzamer worden. Scenario-analyses laten zien dat warmtenetten in 2050 circa 350 PJ van de netto warmtevraag zouden kunnen leveren.  Een daling van de CO2-uitstoot met circa 20 Mton,  10 procent t.o.v. 1990.

Om te zorgen dat warmtenetten daadwerkelijk klimaatneutraal worden, moeten ze volgens het PBL uiteindelijk gevoed worden met warmte uit klimaatneutrale bronnen. Geothermie is hierbij de grootste belofte. En wanneer industriële restwarmte op klimaatneutrale energiebronnen beschikbaar komt kan het volgens PBL  technisch mogelijk en economisch aantrekkelijk gemaakt worden om deze in warmtenetten in te zetten.

Planning en coördinatie

Het voorstel voor een Nationaal Programma Energietransitie, dat decentrale overheden medio maart lanceerden, is een poging om de coördinatie tussen partijen (Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, omgevingsdiensten, energieproducenten, netbeheerders, coöperaties, gebruikers) te versterken. Daarin wordt het Rijk opgeroepen knelpunten in wet- en regelgeving weg te nemen, risico’s voor investeerders te reduceren  en instrumenten in te zetten zoals subsidies, risicodragend kapitaal en belastingen.

Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW: ‘We moeten ons realiseren dat met de transitie van de warmtevraag grote investeringen gemoeid zullen zijn met grote risico’s. Op deels onbekende terreinen en met nieuwe samenwerkingsverbanden. Opvallend is dat PBL een rooskleurig beeld schetst van centrale oplossingen, zoals (boven)regionale warmtenetten. VEMW zet daar vraagtekens bij omdat een gedegen analyse van de  totale CO2‐reductie, energetisch en economisch rendement ontbreekt, waarmee ook niet duidelijk wordt of het de meest doelmatige oplossing is. Zo lijkt een decentrale individuele hybride warmtepomp steeds vaker een doeltreffende en doelmatige oplossing te zijn.  Aan toepassing van geothermie – volgens PBL de grootste belofte – kleven nog grote risico’s. De beschikbaarheid van groen gas lijkt nog steeds beperkt te zijn. ‘All-electric’ oplossingen vragen heel veel van de infrastructuur inclusief nieuwe opslagconcepten.  In de visie van VEMW moeten de aanbieder van (rest)warmte en de warmteverbruiker kunnen kiezen tussen mogelijkheden om zijn behoefte in te vullen en mag hij niet sluitpost worden van de ‘businesscase warmte’ van een monopolistische aanbieder. Wanneer een collectieve warmtevoorziening wordt gerealiseerd kunnen grootverbruikers van warmte een rol spelen om deze voorziening betrouwbaar, betaalbaar en duurzaam te opereren. De komende jaren zullen we goed moeten nadenken over de randvoorwaarden en condities om oplossingen lokaal en regionaal mogelijk te maken. Wij denken daar graag in mee.’

Meer informatie kunt u hier vinden.

Bron: VEMW

Beeld : Mike1024