Ervaring voorspelt weinig goeds over werking Klimaatwet

Ervaring voorspelt weinig goeds over werking Klimaatwet
EXPERTBIJDRAGE

Het instellen van een Klimaatwet lijkt een doel op zich geworden, zegt Erik Visser (AT Osborne). Gebruik de Omgevingswet voor het realiseren van een CO2-arme energievoorziening als haalbaar alternatief.

Als gevolg van de uitkomst van de Tweede-Kamerverkiezingen is energietransitie een belangrijk thema bij de formatie van een nieuw kabinet. Dat kan botsen als GroenLinks en D66 — en mogelijk in een later stadium de ChristenUnie — hard inzetten op een Klimaatwet. VVD en CDA zien dat niet zitten. Niets extra doen is geen optie, omdat we ons gecommitteerd hebben aan de afspraken die in Parijs zijn gemaakt. En er liggen afspraken met het bedrijfsleven die om uitvoering vragen. Maar er is wel een haalbaar alternatief.

Het huidige aanhangige wetsvoorstel Klimaatwet van de PvdA en GroenLinks regelt een reductie van CO2-uitstoot door op landelijk niveau koolstofbudgetten vast te stellen per sector. Die budgetten worden periodiek verkleind. Deze werkwijze lijkt op het huidige systeem van emissiehandel, waarbij het CO2-plafond ook periodiek verlaagd wordt.

Er is reden tot sterke twijfel of deze wijze van regulering gaat werken. Het doet denken aan de ervaring die is opgedaan met het van bovenaf opleggen van een doelstelling voor het realiseren van 6000 MW windenergie op land. Dat heeft tot veel wantrouwen tussen Rijk, provincies en gemeenten geleid, wat ten koste is gegaan van veel ambtelijke en bestuurlijke capaciteit. Zoiets leidt tot maatschappelijke weerstand en het vertraagt de realisatie van projecten. Hierdoor zijn de doelstellingen niet gehaald.

Hoe zou dat gaan verlopen met een koolstofbudget, dat ook van bovenaf wordt opgelegd? Ik denk dat zo’n verdeling van het landelijke koolstofbudget ook stagnerend zal werken. Het blijft immers lange tijd onzeker met welke doelstellingen lokale overheden te maken krijgen. De ervaring is dat het ontbreken van uitvoerbare doelstellingen en een gebrek aan financierbare verantwoordelijkheden tot een afwachtende houding van overheden leidt. Dat is gelet op de kosten en de urgentie van de opgave niet wenselijk.

Laat ruimte: ‘Schrijf niet voor hoe transitie eruit moet zien, maar laat ruimte voor slimme initiatieven’

Helaas is dat nu ook al de realiteit. Uit de praktijk blijkt dat er een groot gat zit tussen het ambitieniveau van overheden en de daadwerkelijke maatregelen om te komen tot een CO2-arme energievoorziening. Zo worden er in diverse gemeentelijke coalitieakkoorden uitspraken gedaan om in 2030 energieneutraal te zijn. De verbinding met de fysieke leefomgeving wordt echter niet gelegd, terwijl de energietransitie daarop juist een enorme impact heeft. Het ontbreken van een visie daarover leidt er toe dat bijvoorbeeld nog steeds nieuwe gasnetten worden aangelegd, zonder over alternatieven na te denken. Dat is een gemiste en bovendien dure kans.

De oorzaak van dit probleem ligt in het feit dat decentrale overheden niet verantwoordelijk kunnen zijn voor het abstractere top down doel. In wet- en regelgeving staat immers niet dat zij hiertoe verplicht zijn. De oplossing om het gat tussen ambitie en uitvoering te dichten is mijns inziens vrij simpel. Verplicht decentrale overheden om een visie te ontwikkelen op de vraag hoe zij zullen bijdragen aan een CO2-arme energievoorziening. Die verplichting ziet dan toe op het vaststellen van de visie en op het laten doorwerken daarvan in omgevingsplannen. Op deze wijze wordt niet letterlijk voorgeschreven hoe zo’n transitie eruit ziet, maar krijgen overheden de vrijheid om slimme keuzes te maken waarin de betaalbaarheid en de kenmerken van het gebied een belangrijke rol spelen.

De verplichte visie en doorwerking kan eenvoudig worden vastgelegd in de Omgevingswet. Daarin zijn de regels en het instrumentarium opgenomen voor duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Een bijkomend voordeel hiervan is dat in de Omgevingswet ook landelijke en regionaal geldende omgevingswaarden opgenomen kunnen worden voor CO2-uitstoot maar ook voor de andere broeikasgassen. Dat maakt een Klimaatwet met een apart instrumentarium overbodig en bestuurlijk kostbaar.

Belangrijker nog is dat de Omgevingswet juist wel maatschappelijke initiatieven van onderop stimuleert, marktpartijen de ruimte biedt voor innovaties en ook de participatie van burgers regelt. Hiermee kan de CO2-arme energievoorziening bottom up worden geregeld. Dat sluit goed aan bij de visie van de VVD en het CDA. Daarom is dit alternatief realistischer dan een Klimaatwet, mede gelet op het feit dat met de nieuwe zetelverdeling in de Tweede Kamer geen meerderheid te verwachten is voor de ingediende Klimaatwet.

Over de auteur:

Erik Visser, adviseur bij AT Osborne, is jurist omgevingsrecht en met name gespecialiseerd op het terrein van de energietransitie en duurzame gebiedsontwikkeling. Hij adviseert met name overheden en semi-overheden. Zo heeft hij meegeschreven aan de wet- en regelgeving voor het succesvolle programma windenergie op zee van het Ministerie van Economische Zaken. Daarnaast is Erik auteur van het artikel ‘Naar een CO2-arme energievoorziening: benut het potentieel van de Omgevingswet’, dat in het Nederlands Juristenblad is gepubliceerd. Momenteel werkt hij voor het Ministerie van IenM aan de Omgevingswet.

Dit artikel verscheen als eerste op FD.nl op 19-04-2017.