Bedrijfsleven vraagt om sturende overheid bij energietransitie

Bedrijfsleven vraagt om sturende overheid bij energietransitie
EXPERTBIJDRAGE

Het bedrijfsleven vraagt om een sturende overheid om aan de energietransitie te voldoen. Energiespecialist Frans Debets legt in deze expertbijdrage uit hoe dit komt.

Het zijn verwarrende tijden. Terwijl de overheid nog bezig is de omslag te maken naar een meer participerende en verbindende rol, roept het bedrijfsleven om krachtige sturing en verplichtende energiewetgeving. Back to the eighties?

Toen we er in de vorige eeuw achter kwamen dat het niet goed ging met het milieu, reageerde de overheid vanuit de traditionele rol; er werden wetten ingevoerd. Met de Wet milieubeheer, de Wet verontreiniging oppervlaktewater, de Wet bodembescherming en afgeleide Algemene Maatregelen van Bestuur en Ministeriële regelingen werd de maatschappij op het juiste pad gedwongen. Er werden honderden milieuambtenaren opgeleid, elke gemeente rustte een milieudienst uit, en vanuit de verschillende overheden werd robuust gehandhaafd. In één generatie zijn lucht en water veel schoner geworden, en er is een industrie opgebloeid rond waterzuivering, afvalscheiding en rookgasreiniging.  

Ook toen al was energie een aandachtspunt, maar het thema ontsnapte aan de dwingende regelgeving. Tegen het einde van de eeuw leek de samenleving volwassen genoeg om zelf de noodzakelijke maatregelen te nemen. Zo verbonden de bedrijven zich vanaf 1992 aan de vastgestelde besparingsdoelen (2% per jaar) met Meer Jaren Afspraken (MJA’s). In 2000 volgde de tweede serie MJA’s en in 2008 werd MJA3 afgesloten. De rapportages waren steevast positief, ieder leek tevreden met het succes. Maar in 1995 was het energie eindverbruik van Nederland 2035 petajoule (PJ) en in 2015 was het 2052 PJ, er is in die 20 jaar dus niks bespaard…

Schoon en Zuinig

De ontwikkeling naar een participerende en netwerkende overheid leidde onder Balkenende tot het werkprogramma ‘Schoon en Zuinig’, dat beschreef hoe we in 2020 ruimschoots aan de EU afspraken konden voldoen. De EU-afspraak over 14% duurzame energie in 2020 werd destijds kritisch ontvangen, Nederland kon toch wel wat hoger komen dan die magere 14%? Schoon en Zuinig koerste daarom op 20% aan. Veel koepelorganisaties en lagere overheden verbonden zich aan Schoon en Zuinig met convenanten; samen zouden we de doelen wel gaan halen. Het elan was groot, sommige gemeenten verklaarden dat ze in 2020 al klimaatneutraal zouden zijn.

In 2013 werd alles nog eens herhaald in het SER Energie Akkoord. Weer beloofden alle polderpartners met veel elan en daadkracht dat we de doelen zouden halen, ze tekenden nu voor 14% in 2020. Maar de effecten zijn nog niet terug te vinden in de statistieken. Zo steeg het energiegebruik in 2014 en ook weer in 2015. De borgingscommissie van het Energieakkoord ziet ook wel dat er niks van terecht komt, en voorzitter Nijpels dreigt af en toe met maatregelen, maar daar blijft het dan bij.

Een sturende overheid?

Inmiddels is het 2017 en zitten we rond de 6% duurzame energie. Het energiegebruik blijft groeien en de CO2-uitstoot is ook weer gestegen. Ieder kan constateren dat er iets mis is met de manier waarop we de transitie organiseren. Het retorisch geweld is indrukwekkend, maar de petajoules worden niet gerealiseerd. De indringende oproepen van de bedrijven lijken dat te bevestigen, zij vragen om een ouderwetse dwingende overheid.

Maar de overheid beweegt nog de andere kant op, na-ijlend op de visies die ontwikkeld werden. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) pleitte onder leiding van Maarten Hajer in 2011 voor een overheid die meer gebruik maakt van de energie, het leervermogen, en de creativiteit in de samenleving. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) kwam in 2012 met een vergelijkbare visie: de overheid moet de samenleving meer in staat stellen bij te dragen aan het oplossen van problemen in plaats van zelf te sturen. De oude hiërarchisch sturende overheid moest via netwerksturing een faciliterende en communicatieve overheid worden.

Nog in maart van dit jaar adviseerde de SER over de governance van de energietransitie dat de overheid vooral moet faciliteren en de voortgang moet monitoren en borgen.  Want: ‘Het Energieakkoord voor duurzame groei heeft een energietransitie op gang gebracht door samenhang, samenwerking, doelgerichtheid en continuïteit te borgen die eerder ontbrak’.

Ambitie blijft

De overheid in zijn nieuwe rol kan moeilijk ook een strenge en handhavende overheid zijn. Kritische reflectie op het eigen functioneren is ook lastig als de afspraken niet duidelijk zijn. De convenantpartners weten dat: als je maar zorgt dat je een aansprekende ambitie en visie hebt, zal Den Haag je nooit aanspreken op wat je echt doet. De ambitie en visie-machine draait nog steeds op volle toeren: Nederland gaat vooroplopen en zal de wereld laten zien hoe het moet.

De bedrijven worden nu onrustig. Zij zien dat we zo niet verder komen, er moeten wetten komen en hardere afspraken, ze snakken naar sturing en leiding. Back to the eighties dus? Of nog even afwachten of de ‘netwerksturing en een faciliterende en communicatieve’ overheid misschien toch nog tot succes leidt?