Aandeel hernieuwbare energie stijgt licht in 2016

Aandeel hernieuwbare energie stijgt licht in 2016

Het energieverbruik is in 2016 gestegen, maar het aandeel van hernieuwbare energie was hierin minimaal. Ondertussen steeg de uitstoot van broeikasgassen met 4 procent. Dat melden het CBS en RIVM.

Persbericht CBS – Het energieverbruik uit hernieuwbare bronnen in Nederland is in 2016 uitgekomen op 5,9 procent. Dit aandeel is vrijwel even groot als het jaar daarvoor, toen kwam 5,8 procent van het totale energieverbruik uit hernieuwbare bronnen. Het energieverbruik uit wind en zon steeg, terwijl het verbruik uit biomassa licht daalde. Hierdoor bleef de totale toename van het energieverbruik uit hernieuwbare bronnen beperkt.


Het verbruik van hernieuwbare energie in Nederland bedroeg in 2016 in totaal 125 petajoule (PJ), dit is 5 procent meer dan het jaar daarvoor. Biomassa is met bijna 63 procent van het totaal verreweg de grootste bron van hernieuwbare energie. Het energieverbruik uit deze bron is met 2 procent afgenomen, terwijl het energieverbruik uit zon en wind gemiddeld met ruim 20 procent is gestegen.


De groei van zonne-energie en windenergie in 2016 bedroeg ruim 20 procent en bereikte vorig jaar 37 PJ. Door het plaatsen van 600 megawatt (MW) aan windmolens op zee kon het verbruik flink toenemen. De opgestelde capaciteit van zonnepanelen steeg met een recordhoeveelheid van 500 naar 2000 MW.


Het verbruik van biobrandstoffen voor vervoer is in 2016 ongeveer 20 procent gedaald ten opzichte 2015. Ook in dat jaar was dit verbruik gedaald (-10 %).


Energie uit hernieuwbare bronnen wordt verbruikt voor warmte, elektriciteit en vervoer. In 2016 was bijna de helft van het verbruik van hernieuwbare energie bestemd voor warmte, ruim 40 procent voor elektriciteit en een kleine 10 procent voor vervoer.

Alle statistieken van het CBS zijn hier onderaan de pagina terug te vinden.

Broeikasgassen

Persbericht – In 2015 is de totale uitstoot van broeikasgassen in Nederland met ongeveer 4 procent gestegen ten opzichte van 2014. De stijging in 2015 komt vooral door de toename van de CO2-emissie doordat er meer elektriciteit is geproduceerd in de door steenkool gestookte elektriciteitscentrales. Daarnaast is er vanwege de koudere winter meer brandstof gebruikt voor ruimteverwarming dan in 2014. Dit blijkt uit de jaarlijkse inventarisatie van broeikasgasemissies door het RIVM.

De totale uitstoot van alle broeikasgassen bedroeg in 2015 195,2 miljard kilogram CO2-equivalenten. Ten opzichte van het zogeheten Kyoto-basisjaar is dit een afname van ongeveer 12,5 procent. De CO2-uitstoot lag in 2014 voor het eerst onder het niveau van het basisjaar 1990. In 2015 is de CO2-uitstoot toegenomen met 4,5 procent en komt daarmee weer boven het niveau van het basisjaar 1990 (+1,5 procent) te liggen.

Het volledige rapport van het RIVM is hier terug te lezen.

Bronnen: CBS en RIVM