Het vergeten scenario

Het vergeten scenario
EXPERTBIJDRAGE

Onlangs overleed ir. Theo Potma. In de turbulente jaren 70 publiceerde hij een pleidooi voor meer aandacht voor energiebesparing. In 1979 werd dit ‘Vergeten Scenario’ verder uitgewerkt in een boekje. Het is interessant om dit weer eens te herlezen en de ideeën en verwachtingen uit die tijd te vergelijken met die van onze tijd.

Veertig jaar geleden waren het roerige tijden. De Club van Rome had in ’72 geschreven over de grenzen van de groei en in ’73 had de eerste oliecrisis ons geconfronteerd met de kwetsbare afhankelijkheid van olie. De eerste milieuactivisten roerden zich en tegelijkertijd werden er plannen gemaakt voor de bouw van kerncentrales. Nederland was vol en vies en werd steeds viezer. In stedelijke gebieden werd er 200 microgram per m3 lucht aan zwaveldioxide gemeten (vanaf 20 microgram is het schadelijk voor de gezondheid) en dat dreigde nog verder toe te nemen. Nederland zou nog verder groeien en leek onleefbaar te worden. Nederland telde toen 4,6 miljoen huishoudens (nu 7 miljoen); er reden 4 miljoen personenauto’s (nu 8,2 miljoen).

Er was verwarring over de vraag of er voldoende energie beschikbaar zou blijven. De Europese Commissie had Nederland vermaand meer te doen aan energiebesparing, een minister had voorgedaan hoe je ’s avonds de gordijnen moest sluiten. De voorspellingen waren dat het Nederlandse gas binnen 10 tot 20 jaar op zou zijn en dat de olie onbetaalbaar zou worden. Maar een andere minister meldde dat er geen probleem zou zijn en dat de noodzakelijke economische groei ondersteund zou worden door nieuwe kernenergiecentrales. Ook werden er nieuwe olie- en gasvelden ontdekt en bleek de economie de hogere olieprijs aan te kunnen.

Het irrationele groeisyndroom

Potma bekritiseerde het vooruitgangsgeloof, hij noemde dit het irrationele groeisyndroom, dat leidde tot de ongebreidelde exploitatie van grondstoffen en hulpbronnen. Hij pleitte ervoor om uit te gaan van de realiteit en verstandig gebruik te maken van wat we weten en wat we modelmatig kunnen voorspellen.  De geplande uitbreiding van kernenergie bekritiseerde hij. Daarmee koos hij de kant van de brede anti-kernenergiebeweging die voortdurend ageerde tegen de bouw van centrales. Hij pleitte ook voor een andere waardering van het begrip welvaart. Naast het nationaal inkomen wilde hij de beschikbaarheid van milieugoederen meetellen: schoon water, schone lucht, stilte, natuur.

De meeste duurzame energiesystemen waren toen al wel bekend, al werd zonne-energie vooral geassocieerd met zonnewarmte. Zonnecellen waren nog niet in beeld. Potma ging er in zijn scenario van uit dat veel huizen na 1985 verwarmd zouden worden met zonnewarmte. Voor windenergie ging de regering uit van 3100 MW aan windvermogen in het jaar 2000. In werkelijkheid werd deze omvang pas rond 2015 bereikt. Potma voorzag al dat de ontwikkeling van grote turbines te veel tijd zou kosten, hij pleitte daarom voor het opstellen van veel kleine turbines van 200 kW.

Hoge verwachtingen

Er werd veel verwacht van besparing. Woningen verbruikten in die tijd zo’n 4000 m3 aan gas voor verwarming.  In de Energienota van 1974 werd het voornemen geuit tot het voorschrijven van isolatienormen om het verbruik te laten dalen tot 2100 m3. Ook vervoer en de industrie konden veel besparen, maar de overheid was terughoudend met beleid. Verwacht werd dat de stijgende energiekosten vanzelf tot matiging zou leiden. Potma betreurde dat, hij meende dat met gericht beleid het verbruik kon halveren in 2000. Hoe is het met ons afgelopen?

Sinds de jaren 70 is onze bruto nationaal product ruim verdubbeld, maar het energieverbruik nam nauwelijks toe. De efficiëntere systemen en de aandacht voor isolatie leidden ertoe dat we nu tweemaal zoveel kunnen produceren met een eenheid energie dan toen. Energie is veel duurder geworden, dat de markt daarop in zou spelen is wel uit gekomen. Toch had veel meer bereikt kunnen worden. De vasthoudende aandacht voor de reductie van milieuverontreiniging heeft laten zien wat goed beleid kan opleveren. De gehaltes aan zwaveldioxide liepen terug met een factor 15, benzeen met een factor 7, fijnstof met factor 4 à 5. Dit alles ondanks de groei van de economie. Ons energieverbruik had met dezelfde vasthoudendheid nu makkelijk 3-4 keer minder kunnen zijn: geen 2000 PJ eindverbruik, maar 500 PJ.

Potma had gelijk toen hij kritiek had op het verkeerde beleid en pleitte voor meer aandacht voor besparing. Net als toen is besparen geen thema in Nederland. De beperkte wetgeving wordt nauwelijks gehandhaafd, afspraken (zoals de MJA’s) worden niet nagekomen. Ondanks alle retoriek groeit het energieverbruik weer. De beperkte middelen besteden we liever aan duurzame energieproductie dan aan structurele besparing. Het is nog steeds een vergeten scenario.

Terugkijken op oude klimaatmodellen – Hoe zijn oude klimaatvoorspellingen uitgekomen?