Dossier: Wind op land

wind op landUpdate: voorjaar 2014

Nederland heeft grote plannen op het gebied van wind op land. In 2020 moet er minstens 6000 MW aan turbines op het vaste land staan, zo luidt de doelstelling van de overheid.

Daarvoor moet nog veel gebeuren, want volgens de meest recente meting (bron: Windstats) staat de teller op 2465 MW aan windenergie. De huidige groeitrend (in 2013 groeide het vermogen met 303,2 MW) is dan bij lange na niet voldoende om dat doel te halen.

Kijkend naar de huidige situatie van wind op land valt op dat van spreiding nauwelijks sprake is. Zo bevindt meer dan de helft van het opgesteld vermogen zich binnen drie provincies (Flevoland: 27,9%, Groningen: 14% en Noord-Holland: 13,1%).

Daarnaast is er nauwelijks een trend te bespeuren in de capaciteit die jaarlijks wordt bijgebouwd. Zo groeide het vermogen aan wind op land in 2013 met 303,2 MW. Het jaar daarvoor was dat slechts 129,5 MW. In het jaar 2010 kwam er slechts 28,9 MW bij, terwijl het jaar daarvoor nog 270,9 MW werd bijgebouwd.


In het vorig jaar gesloten Energieakkoord wordt aangedrongen op extra maatregelen om de ontwikkeling van wind op land te versnellen. Zo dringen de partijen aan op innovatie in de vorm van sanering en clustering.

Inpassingsplannen
Daarnaast is een versnelling van de inpassingsplannen voor wind op land essentieel, in de gebieden die zijn gereserveerd in de Rijksstructuurvisie Wind op Land en de provinciale omgevingsvisies.

Participatie
Tevens willen de SER-leden meer draagvlak creëren voor wind op land, om zo verdere groei mogelijk te maken. Participatie is daarbij het sleutelwoord. Burgers kunnen bijvoorbeeld via aandelen of obligaties financieel meeprofiteren van de windparken. Bij windprojecten van meer dan 15 MW wordt voorafgaand aan een project gezamenlijk met betrokken overheden een participatie- plan opgesteld. Dit wordt verankerd in de Omgevingswet.


Om de doorgaans lange en stroperige procedures te versnellen heeft de rijksoverheid de afgelopen jaren een aantal wetswijzigingen doorgevoerd. Voor grote windparken (vanaf 100 MW) is er de  Rijkscoördinatieregeling. In deze regeling worden de verschillende besluiten (vergunningen en ontheffingen) die voor een project nodig zijn tegelijkertijd en in onderling overleg genomen. Het gaat naast vergunningen en ontheffingen vaak ook om een inpassingsplan van het Rijk.

Crisis- en Herstelwet
Door de Crisis- en Herstelwet is voor windparken van 5 tot 100 MW de provinciale coördinatieregeling door Gedeputeerde Staten wettelijk voorgeschreven. Daarnaast heeft de Crisis- en herstelwet zelf ook bepalingen die de voortvarende realisatie van windparken vanaf 5 MW moet ondersteunen. Zo is onder andere bepaald dat de bestuursrechter in beroep binnen 6 maanden na het einde van de beroepstermijn uitspraak moet doen. Tevens hoeft de rechter het besluit niet te vernietigen als er weliswaar fouten in de procedure zijn gemaakt, maar als niemand daardoor in de belangen is geschaad.

Windmolens op land, ze worden door de overheid als onmisbaar gezien om de doelstellingen op het gebied van duurzame energie te halen. Het is echter ook een vorm van energieopwekking die vooral lokaal veel weerstand kan oproepen. Horizonvervuiling, geluidsoverlast, hinderlijke schaduweffecten, het zijn redenen voor burgers om zich niet zo maar neer te leggen bij het besluit om van hoger hand om windmolens op land te bouwen. Deze houding van Not in My Backyard (Nimby) is iets waar overheden terdege rekening mee moeten houden. Er zijn genoeg voorbeelden van tegenstanders die zich organiseren en zodoende op zijn minst het proces flink kunnen vertragen.

Wat te denken van het geplande windpark Noordoostpolder waar 86 turbines (deels op land en deels in het IJsselmeer) van 3, 6 en 8 MW zullen verrijzen.  Vooral in het nabijgelegen Urk was de weerstand groot toen de plannen in 2008 bekend werden. De eerste tegenstanders verenigden zich in het comité Urk Briest. Later verenigden belangengroepen, waaronder het comité zich in de Stichting Erfgoed Urk die brede steun kreeg van de lokale bevolking en politiek.

Het collectief heeft meerdere malen vergeefs bezwaar aangetekend bij de Raad van State tegen de afgegeven vergunningen en de toegekende status van rijksinpassingsplan.

Bewoners en ondernemers in de Drentse Veenkoloniën strijden, verenigd in het platform Storm, op hun beurt tegen de komst van het windmolenpark (300 tot 450 MW) de Drentse Monden. Het collectief wil het landschappelijke karakter van het gebied beschermen en vreest ook geluidsoverlast en hinderlijke schaduw- en lichtafwisselingen door de draaiende rotorbladen.

Duizeligheid, oorsuizingen, geheugenverlies, depressies, hartklachten, er zijn tal van ziektes die worden toegeschreven aan de nabijheid van windmolens. Talloze onderzoeken zijn er verricht naar de relatie tussen de komst van windmolens en eventuele gezondheidsklachten. De conclusies zijn echter alles behalve eensluidend. De ene wetenschapper zegt dat er wel een verband is, de ander zegt het tegenovergestelde. Zo krijgen zowel voor- als tegenstanders van wind op land munitie voor hun standpunt.