‘EU moet sneller en meer energie besparen’

‘EU moet sneller en meer energie besparen’

Als de landen in de Europese Unie de doelstelling willen halen om in 2020 minstens 20 procent energie te verbruiken, dan moet er veel gebeuren. De bestaande maatregelen leiden slechts tot de helft van de doelstelling. Daarom komt de Europese Commissie met enkele wetsvoorstellen om het proces te versnellen.

“Ons voorstel heeft tot doel om de manier waarop wij in ons dagelijks leven energie gebruiken efficiënter te maken en de burgers, overheidsinstanties en de industrie te helpen hun energieverbruik beter te beheren, wat ook moet leiden tot een lagere energiefactuur. Hierdoor wordt ook de mogelijkheid geboden om in de gehele EU vele nieuwe banen te creëren”, aldus de heer Günther Oettinger, het voor het energiebeleid bevoegde Commissielid.

De Europese Commissie heeft de volgende wetsvoorstellen gepresenteerd.

Een wettelijke verplichting om energiebesparingsprogramma’s in alle lidstaten uit te werken

De energiedistributeurs of de ondernemingen die leveren aan de eindconsument worden ertoe verplicht om jaarlijks 1,5 volumeprocent op hun energieverkoop te besparen, en wel door de tenuitvoerlegging van energie-efficiëntiemaatregelen bij hun eindverbruikers, zoals een verbetering van de efficiëntie van verwarmingssystemen, installatie van dubbele beglazing of betere isolatie van daken. Als alternatieve maatregel kunnen de lidstaten er ook voor kiezen om andere energiebesparings­mechanismen voor te stellen, bijvoorbeeld door de financiering van programma’s of overeenkomsten op basis van vrijwilligheid die dezelfde resultaten opleveren, maar die niet gebaseerd zijn op een aan de energiemaatschappijen opgelegde verplichting.

Een voorbeeldrol voor de openbare sector

Maatregelen van overheidsinstanties moeten ertoe bijdragen de marktpenetratie van energie-efficiënte producten en diensten te vergroten, meer bepaald via een juridische verplichting om energie-efficiënte gebouwen, producten en diensten aan te kopen. Bovendien moeten overheidsinstanties geleidelijk het energieverbruik in hun eigen gebouwen terugdringen door jaarlijks de vereiste renovatiewerken uit te voeren met betrekking tot minimaal 3% van de totale bruikbare oppervlakte;
Grote energiebesparingen voor de consument: een gemakkelijke en kosteloze toegang tot gegevens betreffende het actuele energieverbruik en het verbruik in het verleden, door een meer nauwkeurige individuele bemetering, zal het voor consumenten mogelijk maken hun energieverbruik beter te beheren. De facturering moet gebaseerd zijn op het feitelijke energieverbruik en moet de correcte weerslag zijn van de gegevens op de meter.

De industrie

Stimulansen voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) om energieaudits te laten uitvoeren en hun beste praktijken uit te wisselen, terwijl grote ondernemingen zelf een audit moeten uitvoeren van hun energieverbruik teneinde potentiële energiebesparingen op te sporen.

Efficiëntie bij de energieproductie

Monitoring van de efficiëntieniveaus van nieuwe faciliteiten voor de productie van energie, vaststelling van nationale verwarmings‑ en koelingsprogramma’s als basis voor een solide planning voor de infrastructuur voor verwarming en koeling, inclusief de terugwinning van afvalwarmte.

Energietransmissie en ‑distributie: bereiken van efficiëntiewinsten door ervoor te zorgen dat de nationale energieregulatoren bij hun besluitvorming rekening houden met energie-efficiëntiecriteria, met name wanneer zij hun goedkeuring hechten aan netwerktarieven.