Column: Even efficiënt bijbenen!

Column: Even efficiënt bijbenen!

Sophie Dingenen

Energie-efficiëntie is het toverwoord voor de Europa 2020-strategie. Volgens de Europese Commissie is efficiëntie de meest kosteneffectieve manier om de energievoorzieningszekerheid te versterken en de uitstoot van verontreinigende stoffen terug te dringen. Tevens wordt energie-efficiëntie cruciaal geacht voor de lange termijn energie- en klimaatdoelstellingen te realiseren. Europa loopt momenteel echter sterk achter op de doelstelling om 20% te besparen op energieverbruik. Dit is de reden voor een vernieuwd, strakker beleid.

Gezien de huidige achterstand is de Europese Commissie van plan om de energie-efficiëntie in twee fases aan te pakken. In de eerste fase stellen lidstaten energie-efficiëntiestreefcijfers en energie-efficiëntieprogramma’s vast. Deze streefcijfers en programma’s, en de naleving ervan, zullen worden getoetst door de Europese Commissie zodat elke lidstaat bijdraagt aan de gemeenschappelijke doelstellingen. In 2013 worden de resultaten van deze programma’s getoetst en indien deze Europa niet in staat stellen om aan haar energiedoelstellingen te voldoen, dan zal de Europese Commissie in de tweede fase bindende nationale streefcijfers vaststellen per land.

Momenteel is de Europese Commissie van mening dat het niet tot een tweede fase hoeft te komen en dat de reeds bestaande maatregelen alsmede de aangekondigde maatregelen voldoende basis bieden voor het bereiken van de doelstellingen. Wat is de huidige stand van zaken in Nederland?

Indien alle bestaande en geplande maatregelen op afzienbare tijd worden uitgevoerd, zou dit een jaarlijkse besparing van EUR 1.000 per huishouden opleveren, het Europese concurrentievermogen versterken, nieuwe banen creëren en een aanzienlijke bijdrage leveren aan vermindering van de broeikasgassenuitstoot. De volgende sectoren hebben het grootste besparingspotentieel: (i) gebouwen, (ii) vervoer, en (iii) de industrie.

Gebouwen
Studies hebben aangetoond dat het meeste besparingspotentieel in gebouwen zit. De Europese Commissie is van mening dat de openbare sector het goede voorbeeld moet geven. Recentelijk is het eerste onderhouds- en energieprestatiecontract (OEPC) met een energy service company (esco) in Nederland gesloten. Een esco draagt bij aan de energie-efficiëntie door de initiële investeringskosten van de energie-efficiënte maatregelen te dragen of te financieren. De winst voor de esco’s zit dan in de bereikte besparingen.

Op basis van de Richtlijn betreffende energieprestaties van gebouwen zullen overheidsgebouwen op termijn nagenoeg energieneutraal moeten zijn. Dat zou dan de private partijen moeten stimuleren om dit ook toe te passen. Dit streven staat echter haaks op de huidige ontwikkelingen in de Nederlandse vastgoedmarkt waar de energiebesparingsmogelijkheden nog steeds niet worden meegenomen in de waarderingen van vastgoed. Er kan inmiddels wel vastgesteld worden dat de benodigde interesse van marktpartijen er wel is.

Vervoer
De transportsector is de snelst groeiende sector wat betreft energieverbruik en verbruik van fossiele brandstoffen. Op Europees vlak wordt een strategie voor een efficiëntere transportsector uitgewerkt welke binnenkort zal worden gepresenteerd.

In Nederland is er (nog) niet veel animo voor elektrisch rijden. Hierbij is het huidige tekort aan oplaadpunten van groot belang. In bepaalde steden kan je een oplaadpunt bij je woning of werk laten installeren, maar dit garandeert nog niet dat op de bestemming ook dergelijke oplaadpunten zijn. Wellicht dat een versnelling in het smart city-concept hier verandering in kan brengen.

Industrie
Een derde van het energieverbruik in Europa wordt verbruikt door de energiesector zelf. Reden te meer om te kiezen voor de best beschikbare technologieën bij vervanging van oude installaties het bouwen van additionele capaciteit. Tevens dient duurzame opwekking voorrang te krijgen op conventionele opwekking bij toegang tot het net. Naast de industrie hecht de Europese Commissie er aan om ook het MKB op gepaste wijze aan te sporen om energie-efficiënter te worden.

Voorts worden ook consumenten aangespoord om door middel van slimme meters en etikettering van energieproducten bewuster om te gaan met hun energieverbruik. Echter, hier is dan weer de vrijwilligheid veroorzaakt door de privacy een heikel punt. Huishoudens die geen voorstander zijn van een slimme meter kunnen deze uitzetten, wat dan weer met zich meebrengt dat de netbeheerder ook geen betrouwbare analyses kan uitvoeren. Wellicht dat het privacy gevoelige aspect wettechnisch nog kan worden opgepoetst zodat de slimme meter toch nog zijn nut heeft.

Conclusie
Wederom mooie maar ambitieuze plannen! Bovenstaande maatregelen betalen zich natuurlijk niet zelf en vereisen de benodigde investeringen. Een combinatie van energie- en koolstofbelastingen en passende innovatieve financieringsproducten moeten het nieuwe beleid mogelijk maken. De vraag is of in de huidige markt de nodige financiering beschikbaar is. Er is nog veel werk aan de winkel. Ondanks de opgelopen achterstand heeft de Europese Commissie vooralsnog al het vertrouwen in de ingeslagen weg. De toekomst alleen zal leren of de doelstellingen bereikt zullen worden!

Sophie Dingenen
Senior Associate (Corporate Finance – Energy)
Norton Rose LLP