Kamp: huurders vrijgesteld van energiebelasting, scholen niet

Kamp: huurders vrijgesteld van energiebelasting, scholen niet

Minister Kamp van Economische Zaken komt initiatiefnemers van het zogenaamde ‘ontzorgmodel zonnestroom’ iets tegemoet, maar hij sluit andere gebruikers zoals scholen uit. Huurders hoeven geen energiebelasting te betalen over de duurzame elektriciteit die ze met een zonne-energieinstallatie van een derde partij opwekken. Maar scholen, lokale overheden en andere gebruikers van het ontzorgmodel moeten wel energiebelasting betalen. De minister wijkt in zijn interpretatie af van de motie-Vos zoals die in de Eerste Kamer is aangenomen. Zonne-energie wordt een stuk minder aantrekkelijk zodra binnen deze constructie energiebelasting moet worden afgedragen.

Uitzondering voor huurders

Het ministerie van Economische Zaken is druk doende met de uitwerking van de motie van Marijke Vos (Groen Links). Medio december kregen initiatiefnemers van het ontzorgmodel zonnestroom een kerstkadootje van de Eerste Kamer: gebruikers die met een zonnestroominstallatie van een derde partij hoeven over hun opgewekte stroom geen energiebelasting af te dragen. De motie werd gesteund door de partijen PvdA, CDA, SP, D66, Christenunie, Partij van de Dieren en OSF. Alleen de VVD en PVV stemden tegen. De motie hield in dat gebruikers die door middel van het ‘ontzorgmodel zonnestroom’ duurzame energie opwekken voor vrijstelling van energiebelasting in aanmerking komen. Deze passage wordt formeel nu opgenomen in wetsartikel 50, vijfde lid, onderdeel a, van de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm). Hiermee leek de weg vrij voor ontzorgers om hun concept een vervolg te geven.

Kamp vs. ontzorgmodel

Maar minister Kamp en zijn ministerie zaten duidelijk met deze gang van zaken in hun maag. Begin februari informeert de minister de Tweede Kamer dat de motie-Vos ‘onuitvoerbaar’ is. Hij zei toen onder meer: “Deze motie verzoekt het kabinet om aan de vrijstelling van energiebelasting voor zelfopwekking achter de meter (zoals nu verwoord in artikel 50 van de Wet) niet de voorwaarde te verbinden, dat de opwekking voor ‘eigen rekening en risico’ van de gebruiker moet plaatsvinden. Het is echter niet mogelijk om, zoals de motie vraagt, vast te houden aan de voorwaarde dat de elektriciteit door de verbruiker wordt opgewekt, terwijl tegelijk wordt uitgesloten dat daaraan de uitleg wordt gegeven dat de elektriciteit voor rekening en risico van de verbruiker wordt opgewekt. Samen met de staatssecretaris van Financiën bezie ik daarom momenteel hoe zal worden omgegaan met deze motie”.

‘Nieuw’ standpunt

Nu maakt Kamp bekend dat de uitzondering op de eigendomsregel alleen gaat gelden voor huurders. In een nieuwe Kamerbrief (zie download hieronder) zegt Kamp onder meer: “Het kabinet is bereid om voor de  voor de huursector een uitzondering te maken op de voorwaarde dat de verbruiker de elektriciteit zelf opwekt. Bij woningen wordt het steeds gebruikelijker om naast energiebesparende maatregelen ook te investeren in duurzame energie opwekking, zoals zon-pv. Dit geldt niet alleen voor particuliere eigenaren, maar ook voor verhuurders. Op het moment dat de duurzame elektriciteitsinstallatie onderdeel is van de woning, kan de installatie gezien worden als onderdeel van het te verhuren object”. Kamp gaat bekijken of in het Belastingplan 2015 deze uitzonderingspositie van de huurder kan worden opgenomen.

Genoeg alternatief

Het lijkt erop dat Kamp in deze Kamerbrief bij zijn eerdere standpunt blijft, ondanks motie die in de Eerste Kamer is goedgekeurd. Hij zegt het in zijn motivatie als volgt: “Het kabinet interpreteert de motie zodat binnen de voorwaarde dat er sprake moet zijn van opwek van elektriciteit door de verbruiker er zoveel mogelijk ruimte wordt gelaten voor de toepassing van ontzorgconstructies. Dit betekent dat de motie eigenlijk vraagt of het mogelijk is om een ander criterium, dan voor eigen rekening en risico, te hanteren dat meer ruimte geeft voor ontzorgconstructies. Het is echter zo dat het criterium voor eigen rekening en risico al maximale ruimte geeft voor ontzorgconstructies binnen de voorwaarde dat sprake moet zijn van opwek door de verbruiker. De huidige praktijk geeft daarmee de maximaal mogelijke ruimte voor ontzorgconstructies. Onder andere ontzorgconstructies in de vorm van huur, operational lease, financial lease en onderhoudscontracten zijn mogelijk, zo lang de voorwaarden daarvan niet zodanig zijn, dat de elektriciteit in wezen door de “ontzorger” geleverd wordt”.

Ontzorgmodel

Wat houdt het ontzorgmodel ook alweer in? Het verdienmodel in het kort:

  • Een derde partij, de ontzorger, koopt de zonnepanelen en zet deze op een dak van een gemeente, de gebruiker van de zonnepanelen.
  • De gemeente wekt zonnestroom op met de installatie en hoeft zelf niet te investeren in een installatie.
  • De ontzorger ontvangt van de gemeente een vergoeding voor het aantal kWh dat met de installatie is opgewekt. Doorgaans wordt er gerekend met een vast bedrag per kWh.
  • Doordat in de praktijk de Belastingdienst deze gevallen heeft vrijgesteld van het betalen van energiebelasting, ontstond een rendabel verdienmodel.
  • Het fiscale deel binnen het kWh-tarief van elektriciteit is ongeveer 70 procent (0,15 euro bij een kWh-prijs van 0,22 euro). Doordat dit fiscale deel door saldering weg valt, ontstaat er marge voor ontzorger en gebruiker.
  • Wat meewerkt is dat de formele salderingsgrens achter de meter van 5.000 kWh per 1 januari 2014 is opgeheven en er onbeperkt gesaldeerd kan worden.

In de markt zijn er diverse ‘ontzorgers’ actief die dit concept aanbieden aan voornamelijk (semi-) overheidsorganisaties zoals gemeenten, woningcorporaties, ziekenhuizen en welzijnsorganisaties. Ze hebben vaak een geschikt dak ter beschikking, maar doorgaans niet de middelen om te investeren in een zonnestroominstallatie. Door in zonne-energie te investeren, kunnen de energielasten gedrukt worden.

Zie hieronder de meest recente Kamerbrief van minister Kamp (d.d. 14 februari 2014) over deze kwestie.

Uitwerking Motie Vos Over Zelfopwekking Van Duurzame Elektriciteit

Bron: Rijksoverheid