Waarom het beste beleid voor klimaatdoelen niet werkt

Waarom het beste beleid voor klimaatdoelen niet werkt

Volgens economen is een emissiehandelssysteem of een belasting op CO2 de beste manier om klimaatverandering tegen te gaan maar de politieke realiteit laat dat niet toe, aldus energieonderzoeker Jesse Jenkins

Jesse Jenkins, een PhD student aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT), heeft onderzoek verricht naar de politieke belemmeringen voor het invoeren van een goedwerkend CO2 belasting beleid. Hierover publiceerde hij een paper in de juni editie van Energy Policy. Ook roept hij op tot een creatief pakket beleidsmaatregelen om klimaatdoelen toch te behalen.

Economische externaliteit
CO2 uitstoot is een typisch voorbeeld van een negatieve economische externaliteit; kosten die in de prijsberekening van een product niet worden meegerekend, in dit geval de kosten van schade als gevolg van klimaatverandering. De beste manier om een externaliteit te compenseren is om door middel van ingrijpen in de markt de kosten alsnog in de prijs op te nemen.

Economische raamwerk
Volgens veel economen is het beste gereedschap hiertoe het invoeren van belasting op CO2 of het instellen van een emissiehandelssysteem omdat daarmee de kosten in de markttransacties worden geïnternaliseerd, zegt Jenkins. Echter, de politiek die zulke maatregelen moet doorvoeren heeft te maken met limiterende factoren die het uitvoeren van het best mogelijke economische raamwerk bemoeilijken.

Collectieve voordelen tegenover private kosten
Jenkins wijst de spanning tussen collectieve voordelen en private kosten als de grootste dader aan. Het sociale collectieve voordeel van het terugdringen van CO2 is groot, maar degenen die er daadwerkelijk voor moeten betalen zijn niet de grootste begunstigden van die voordelen. De twee partijen die het meest gaan betalen zijn de industrie (met name energie-intensieve en fossiele brandstof industrie) en burgers. De eerste doordat hun producten duurder worden en de tweede omdat ze meer gaan betalen voor dagelijkse goederen als benzine, elektriciteit en verwarming.

De begunstigden zijn vooral toekomstige generaties omdat het verzachten van klimaatverandering vooral hen veel (economische) schade gaat schelen. Daarnaast is het in het voordeel van mensen in de derde wereld omdat daar de gevolgen van klimaatverandering het meeste schade zullen toebrengen.

Bijdrage aan het collectief
Dat wil niet zeggen, aldus Jenkins, dat burgers en de industrie niet bereid zijn bij te dragen aan het collectieve voordeel. Uit onderzoek in Amerika blijkt dat een meerderheid van de bevolking gelooft dat klimaatverandering bestaat, ongeveer de helft gelooft dat het ’t gevolg is van menselijk handelen wat leidt tot een breed gedragen consensus dat de overheid iets moet doen om klimaatverandering tegen te gaan.

De mate waarin mensen bereid zijn bij te dragen schiet echter te kort bij wat er nodig is. Een ander onderzoek wees uit dat het bedrag dat Amerikaanse burgers bereid zijn te betalen tussen de $52 – $470 per jaar per huishouden ligt. Uitgaand van een gemiddelde van $200,- per jaar komt dat neer op $8,- per ton uitgestoten CO2.

Kosten CO2 uitstoot
Dit cijfer verschilt sterk van berekeningen van wat CO2 zou moeten kosten om werkelijk te compenseren voor de externe kosten. Verschillende studies komen op verschillende bedragen uit (dit heeft onder meer te maken met hoe de kosten over de verschillende generaties verdeeld worden). De ene studie komt uit op een bedrag tussen de $12.85 en $42.08 per ton of CO2, een andere op $76.35 – $150.24. In ieder geval liggen de kosten een stuk hoger dan wat burgers bereid zijn te betalen. Dit plaatst de politiek in een moeilijk parket.

Twee-na-beste scenario’s
Jenkins concludeert dat hoewel emissiehandelssystemen of CO2-belasting economisch de beste oplossingen zijn, deze door politieke onhaalbaarheid toch niet het juiste beleid is om op in te zetten. Hij zegt dat twee-na-beste scenario’s te prefereren zijn boven theoretisch beste maar onhaalbare scenario’s.

Creatief beleid
In feite adviseert Jenkins dus CO2-prijs mechanismen los te laten en te zoeken naar alternatieve beleidsmaatregelen. Hij geeft een lijst mogelijkheden hoe politici meer creatief en daarmee effectief beleid kunnen voeren.

Het verplaatsen van belasting
Burgers letten vooral op hun dagelijkse uitgaven, aldus Jenkins. Het verhogen van belasting op benzine zal daarom direct weerstand oproepen. Echter, bij eenmalige, lange termijn uitgaven zoals de aanschaf van een auto zijn burgers doorgaans minder kritisch. De politiek zou daarom kunnen overwegen de beoogde belastingverhoging op benzine te verschuiven naar de aanschaf van een auto.

Het bespelen van de industrie
Het is mogelijk de kostenstijging voor energie te minimaliseren door middel van subsidies duurzame energie goedkoper te maken in plaats van CO2 te belasten. De weerstand van een sector als de energie-intensieve industrie die niet direct zelf CO2 emissies genereert, kan daarmee geneutraliseerd worden. Een gelijksoortige strategie is het promoten van het schonere gas ten op zichte van kolen en olie. Dat kan ertoe leiden dat de gasindustrie de gelederen breekt en niet langer gezamenlijk met de olie en kolen industrie optrekt tegen hervormingen.

Korte termijn voordelen
Burgers en industrie kunnen overgehaald worden meer bij te dragen door te wijzen op korte termijn voordelen. In plaats van zinspelen op het toekomstig sociaal goed kunnen argumenten als schone lucht, leveringszekerheid van energie, economische voordelen en het creëren van werkgelegenheid motiveren om in de energietransitie mee te gaan.

Jenkins heeft ook een tweedelig artikel geschreven voor The Energy Collective op basis van zijn onderzoek waarvan het eerste deel al is gepubliceerd.

Bron: Jesse Jenkins: Political economy constraints on carbon pricing policies: What are the implications for economic efficiency, environmental efficacy, and climate policy design?
Met dank aan Jesse Jenkins voor het beschikbaar stellen van zijn paper.
Beeld: aiche.org