‘Noordzeelanden moeten beter samenwerken voor wind op zee’

‘Noordzeelanden moeten beter samenwerken voor wind op zee’

Voor een grensoverschrijdend elektriciteitsnetwerk op zee zullen obstakels in wet- en regelgeving weggenomen moeten worden. NWO-onderzoeker Hannah Müller onderzocht hoe dit het beste kan.

Offshore windenergie maakt een enorme groei door. De Europese Windenergie Associatie EWEA noemt een gemiddelde groei van ongeveer 22% per jaar. Momenteel staat er zo’n 10 GW aan opgesteld offshore vermogen en dat zal groeien tot 45 GW in 2021. Windparken worden groter en steeds verder op zee geplaatst. Daarom is een betere samenwerking nodig tussen die landen die offshore windparken op de Noordzee ontwikkelen. ‘De Noordzeelanden moeten en kunnen bestaande obstakels in wet- en regelgeving wegnemen om de ontwikkeling van een grensoverschrijdend elektriciteitsnet op zee mogelijk te maken’, schrijft de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) op haar website, op basis van promotieonderzoek van NWO-onderzoeker Hannah Müller.

Hoewel leveranciers als Vestas en Siemens grensoverschrijdend werken, worden offshore windparken vooral nationaal ontwikkeld, met het Verenigd Koninkrijk voorop. ‘Momenteel worden vrijwel alle windparken op zee via aparte kabels aangesloten op het nationale elektriciteitsnet’, schrijft Müller. Nieuw is de clustering van windparken rond een transformatorplatform, zoals TenneT deze aanlegt. Een stap verder is het aansluiten van parken op twee of meer landen, zodat een grensoverschrijdend net kan ontstaan. ‘Hiervoor moeten de Noordzeelanden echter nog de nodige barrières in stimuleringsbeleid en wet- en regelgeving slechten’, aldus Hannah Müller, die onderzocht hoe dit het beste kan.

Harmonisatie niet nodig

Müller: ‘Ten eerste moeten de Noordzeelanden de netbeheerders verplichten om offshore infrastructuurplannen op te stellen. Dit is onder andere noodzakelijk om het clusteren van windparken mogelijk te maken. In een tweede stap moeten de betrokken landen hun nationale offshore infrastructuurplannen integreren tot één regionaal offshore infrastructuurplan. Op basis hiervan kunnen de netbeheerders de meest voordelige grensoverschrijdende projecten identificeren. Als deze projecten door de betrokken landen goedgekeurd worden, zou er een alternatief juridisch regime moeten gelden speciaal voor deze projecten. Dat betekent dus dat de bestaande rechtsregels tussen de Noordzeelanden niet geharmoniseerd hoeven worden, wat nog veel meer voeten in de aarde zou hebben.’

Nationale en internationale veranderingen

Volgens Müller zijn er onder meer uitzonderingen op het geldende EU-recht nodig. ‘Bijvoorbeeld over het verdelen van de beschikbare capaciteit van en de voorrang van hernieuwbare energie op het net. Deze uitzonderingen kunnen alleen in samenwerking met de EU worden verleend. Verder moeten de landen ook in eigen land regels aanpassen. De gezamenlijke Noordzee-projecten moeten vanaf het begin worden goedgekeurd door de nationale regelgevende autoriteiten en er moet een adequate kosten-batenverdeling plaatsvinden. Als laatste punt moeten de betrokken landen de nationale subsidieregelingen van toepassing verklaren op grensoverschrijdende windenergieprojecten. Als de EU en de betrokken landen deze juridische aanpassingen plegen, kunnen de eerste grensoverschrijdende windparken tot stand komen. Samen met de windparkclusters vormen zij het begin van een grensoverschrijdend net in de Noordzee.’

Meer informatie

Het promotieonderzoek ‘Een juridisch kader voor een grensoverschrijdend elektriciteitsnet in de Noordzee’ door Hannah Katharina Müller maakt deel uit van het programma ‘De aanleg en exploitatie van een grensoverschrijdend offshore elektriciteitsnet: techniek en regulering’ (RUG en TUD), een onderdeel van het NWO-programma Energy Transitions. Promotor is prof. mr. dr. Martha Roggenkamp.

Bron: NWO: Noordzeelanden moeten juridisch beter samenwerken voor efficiënte windenergie op zee

Beeld helwin2_2: TenneT