Bijwerkingen SDE+ regeling spelen zonne-energie parten

Bijwerkingen SDE+ regeling spelen zonne-energie parten

‘Windmolens en biomassa verdrijven zonneparken’, schreef de Volkskrant gisteren. De SDE+ bevoordeelt de goedkoopste duurzame bronnen en schiet daarmee haar doel voorbij.

De Subsidieregeling Duurzame Energie opwekking SDE+ is voor Nederland het belangrijkste instrument om het aandeel hernieuwbaar in de energiemix te laten groeien. Dat die groei achterblijft, is bekend: momenteel 4,5% en de doelstelling voor 16% in 2020 is bijgesteld tot 14%, terwijl in Europa 20% is afgesproken. Maar ook dat zal niet gehaald worden: voor 2020 zal het aandeel rond de 12% liggen (bron: PBL).

Beperkende bijwerkingen SDE+

Dat het allemaal zo tegenzit, is eigenlijk merkwaardig als we kijken naar de hoeveelheid voorgenomen projecten voor duurzame energieopwekking. Projecten voor wind op land krijgen geen vergunning en worden uitgesteld en projecten voor zonne-energie vallen buiten de boot omdat de SDE+ subsidie wordt opgeslokt door wind op zee en biomassa. De werking van de SDE+ regeling heeft bijwerkingen die beperkend zijn voor de ontwikkeling van duurzame energie  in Nederland en een heroverweging is dan ook op zijn plaats.

De subsidieregeling bestaat uit een exploitatievergoeding over een bepaalde looptijd, uitgekeerd per opgewekt kWh. Omdat de kosten voor hernieuwbare elektriciteit hoger liggen dan de marktprijs, wordt het verschil daartussen afgedekt door de SDE+. De kosten voor wind en biomassa liggen nog beduidend lager dan voor zonne-energie. Omdat de subsidie in fasen vergeven wordt, waarbij per fase de bijdrage oploopt, komen projecten voor zonne-energie in de knel. Zodra aanspraak gemaakt wordt op de hogere vergoeding in latere fasen, is de volledige subsidiepot al opgesoupeerd, onder andere voor de bijstook van biomassa(!). Hoe duurzaam is dat.

Markt voor solar wordt verpest

De keuze voor een systeem waarbij goedkopere hernieuwbare bronnen worden voorgetrokken, is een keuze. De overheid wilde zo veel mogelijk hernieuwbaar, tegen een zo laag mogelijke prijs. Op het eerste gezicht lijkt dat volstrekt verdedigbaar. Zon heeft pech zolang het nog te duur is. Maar dat beleid heeft dus bijwerkingen. Dennis de Jong van Solarcentury Benelux BV verklaart desgevraagd aan EnergieBusiness: ‘Je kunt je afvragen of door de bestaande systematiek wel de goede mix van hernieuwbare bronnen bereikt wordt, en vooral of dat met voldoende snelheid gebeurd.’

De huidige regeling dwingt ontwikkelaars in te schrijven voor een zo laag mogelijke prijs en vele vinden dat te risicovol. ‘Dat heeft tot gevolg dat veel van de aanvragen uiteindelijk toch niet gerealiseerd worden’, zegt De Jong. Hij schat dat slechts de helft van gehonoreerde aanvragen ook daadwerkelijk gerealiseerd worden. Bovendien wordt per project vaak voor meer opgesteld vermogen aangevraagd, dan uiteindelijk gebouwd. ‘Wij zien dat 30% meer aangevraagd wordt dan reëel is en dat is stelselmatig.’

Maar De Jong ziet nog een andere nadelige bijwerking. ‘Voor wind of voor grote zonneparken zijn omgevingsvergunningen en haalbaarheidsstudies nodig. Die aanvragen zitten wel goed in elkaar, maar voor zonnedaken kan iedere willekeurige partij met relatief weinig inspannig of onderbouwing projectaanvragen indienen.’ Dat trekt avonturiers aan, terwijl ontwikkelaars die op de lange termijn een bedrijfseconomisch verantwoord rendement nastreven naar het buitenland gaan. ‘Ook wij zitten niet voor niets in negen landen’, verklaart De Jong.

SDE 2.0

Door de werking van de huidige subsidieregeling krijgt zonne-energie niet de kans die het verdient. De kostprijsontwikkeling van Pv is positief, en juist door te investeren in zonne-energieprojecten zal de prijs snel verder dalen. Die kans zou de sector geboden moeten worden. Tweede argument is dat zon een kans heeft als het gaat om de plaats die beschikbaar is voor duurzame opwekking. Wind op land is amper uitvoerbaar: deze week liet Groningen weten geen plaats te kunnen vinden voor een 6 MW project langs de N33.

Wind op zee vlakbij de kust is ook een no-go. ‘Nederland is te klein om zelf de doelstelling voor duurzame opwekking te realiseren’, zei Bram Adema onlangs in een interview met EnergieVastgoed. Een zonnepark is daarom veel makkelijker te realiseren dan een woud van windturbines. ‘Wat is nodig voor de energietransitie en met welke snelheid willen we die realiseren’, is de vraag die Dennis de Jong gesteld wil zien.

In het Energieakkoord is een voorschot opgenomen voor de wijze waarop de doelstelling van 14% ingevuld zou worden met hernieuwbare bronnen. Wil de overheid snelheid maken en een wenselijke mix nastreven, dan zal de SDE+ regeling daarop aangepast moeten worden. Door de pot vooraf te verdelen, en door een hogere drempel te maken voor inschrijvers om de kwaliteit van aanvragen en de rentabiliteit van projecten voor zon te verbeteren.

Kijk voor het resultaat van de SDE+ op de tussenrapportage ‘Tabellen stand van zaken‘ via RVO

Beeld : Publiek domein / Publiek domein