‘De energietransitie wordt een slagveld’

‘De energietransitie wordt een slagveld’
EXPERTBIJDRAGE

In deze expertbijdrage stellen Rick Bosman en Derk Loorbach, beide van onderzoeksinstituut DRIFT, dat ‘de Nederlandse overheid haar huwelijk met de fossielen Shell, Gasunie en GasTerra moet ontbinden’.

In ons land wordt al jaren gesproken over de energietransitie. De nuchtere constatering is echter dat Nederland anno 2015 hopeloos achterloopt. Op dit moment is het aandeel hernieuwbare energie een magere 4%, waarmee we plaats 25 van de 27 EU-lidstaten innemen. In onze optiek moet de energietransitie in Nederland nog beginnen. Her en der zien we wel eerste signalen van de onzekerheid en strijd die dit fundamentele veranderingsproces met zich meebrengt.

Zo baart Actiegroep Urgenda opzien met haar klimaatzaak, door succesvol de Nederlandse staat aan te klagen omdat ze te weinig doet om klimaatverandering tegen te gaan. Hebben gemeenten met hun verzet tegen schaliegas voorlopig succes en blijven zelfs proefboringen uit. En trekken honderden investeerders miljarden uit fossiel, onder druk van de zogeheten fossielvrijbeweging.

Figuur 1: Sluiting kolen en gasgestookte centrales (2010-2014, in gigawatt)

Drift-graf01

Niet alleen maatschappelijke bewegingen zetten het fossiele energiesysteem onder druk. Financiële problemen leiden tot een golf aan sluitingen van fossiele energiecentrales (zie bovenstaande figuur). Ook geopolitieke spanningen doen een duit in het zakje. Na de Russische inval in Oekraïne vragen steeds meer mensen zich hardop af of het wel zo verstandig was van de Nederlandse overheid en gasindustrie om met Russische olie- en gasmagnaten in zee te gaan. En nu het gasgebouw letterlijk op haar Groningse grondvesten beeft, lijkt bij de Nederlandse gasindustrie de paniek echt toe te slaan.

Figuur 2: Het begin van het einde van fossiele energie

Drift-graf02

Bron: Bloomberg New Energy Finance (2015)

In die paniek ontstaat ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. In 2013 is wereldwijd voor het eerst meer hernieuwbare dan fossiele energiecapaciteit geïnstalleerd (zie bovenstaande figuur). In die transitie lijken zich twee paden af te tekenen:

1. Centraal duurzaam: Onder het mom van efficiency en schaalvoordelen wordt ingezet op grootschalige oplossingen, zoals het afvangen en opslaan van CO2 uit kolencentrales (CCS), offshore windparken, biomassabijstook in kolencentrales en zonneparken in de Sahara waarvan de stroom met enorme leidingen naar Europa wordt getransporteerd. Doordat deze oplossingen relatief goed binnen de bestaande cultuur, structuren en machtsposities passen, zijn het vaak de gevestigde partijen die dit pad propageren.

2. Energiedemocratie: Dit pad vormt een radicale breuk met het bestaande energiesysteem. Burgers en ondernemers organiseren zich lokaal, vaak in coöperatief verband en nemen het heft in eigen hand. Gezamenlijk investeren zij in zonnepanelen op het dak van het wijkcentrum, gymzaal of school of een windmolen aan de rand van het dorp. Met behulp van smart grids en lokale opslag kan het energiesysteem veel decentraler worden georganiseerd. Steeds meer regio’s worden zelfvoorzienend, vaak gedreven door de wens om minder afhankelijk te zijn van ‘winstbeluste multinationals’ en ‘discutabele regimes’ (lees: Putin).

Hoewel dit tweede pad in Nederland nog relatief marginaal is, zien we het sterker terug in landen waar de energietransitie sneller gaat. In Duitsland levert hernieuwbare energie intussen 27% van de stroom. Meer dan de helft van de hernieuwbare opwekcapaciteit is daar in handen van burgers, boeren en coöperaties, tegen 5% van ‘de grote vier’ energiebedrijven. Dit leidt tot een aardverschuiving in energieland. De komst van nieuwe spelers en businessmodellen zet de gevestigde orde onder druk om sneller te verduurzamen. En het conflict dat ontstaat, maakt duidelijk dat er alternatieve oplossingsrichtingen zijn, genereert aandacht, en dwingt publiek en politiek tot keuzes.

In Nederland strijken we vooralsnog de plooien liever glad in de polder – bijvoorbeeld met het SER Energieakkoord voor Duurzame Groei. De verwevenheid van de fossiele, ambtelijke en politieke elite speelt daarin een cruciale rol. Voor echte doorbraken zou de Nederlandse overheid gericht transitiebeleid moeten gaan voeren om ons land voor te bereiden op een toekomst die veel minder fossiel zal zijn. Dit betekent ook dat de Nederlandse overheid haar huwelijk met de fossielen Shell, GasUnie en GasTerra moet ontbinden. Geen gemakkelijke opgave, aangezien de overheid voor 20% van haar begroting afhankelijk is van inkomsten uit fossiele brandstoffen. Maar als we nu niet de strijd aangaan over de fundamentele spanningen die de energietransitie met zich meebrengt, dan overkomt die ons vroeger of later, met alle maatschappelijke schade van dien.


drift-rickRick Bosman (@r_bosman) is PhD-onderzoeker aan het Dutch Research Institute for Transitions (DRIFT). Zijn onderzoek richt zich op de energietransitie en specifiek de destabilisatie van het fossiele energieregime.

drift-derkDerk Loorbach (@drk75) is professor socio-economische transities aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en directeur van DRIFT.

 

Deze column verscheen eerder op Energiepodium en is een verkorte versie van een artikel met dezelfde titel dat verscheen in Idee, magazine van de Mr. Hans van Mierlo Stichting, wetenschappelijk bureau van D66.