Splitsingswet: stellingname Kamp juridisch onjuist

Splitsingswet: stellingname Kamp juridisch onjuist

Vandaag wordt in de Tweede Kamer opnieuw de wet STROOM behandeld, die op onderdelen samenhangt met de Wet onafhankelijk netbeheer, ook wel splitsingswet genoemd. Juristen stellen nu: ‘Splitsing is overbodig en disproportioneel.’

De splitsing van energiebedrijven in een apart productie- en leveringsbedrijf (PBL) en een netbeheerder, zoals vastgelegd in de Won in 2006, is opnieuw ter discussie gekomen, mede door behandeling van de wet STROOM. Energiebedrijven Eneco en Delta hebben zich altijd verzet tegen splitsing, al werd twee maanden geleden door de Hoge Raad vastgesteld dat het doorvoeren van de splitsingswet niet op juridische bezwaren stuit, in Europees verband.

Kort gezegd: het mag, maar hoeft niet. Europa is al lang teruggekomen op splitsing. Juristen van o.a. Eneco en Allan & Overy betogen nu dat splitsing onnodig is, en disproportioneel. Hieronder enkele delen van de notitie waarop Energiemedia de hand wist te leggen.

Splitsing onnodig

Minister Kamp stelt dat de volgende twee doelen van doorslaggevend belang zijn om de gedwongen eigendomssplitsing van regionale netbeheerders (groepsverbod) door te zetten:

  1. De bescherming van de netbeheerder tegen commerciële risico’s van het energiebedrijf of de holding, zodat de leveringszekerheid voor huishoudens en bedrijven gegarandeerd blijft.
  2. De regionale netten moeten in publieke handen blijven en mogen niet door een (buitenlandse) overname in commercieel eigendom komen.

De stelling van minister Kamp is dat het groepsverbod o.a. noodzakelijk is om te voorkomen dat de netbeheerder, en daarmee de leveringszekerheid van energie, financiële risico’s loopt ten gevolge van riskante investeringen door het PLB bedrijf. Dit is een onjuiste stelling. Uit de Elektriciteits- en Gaswet volgt al dat de netbeheerder onafhankelijk moet zijn, een eigen rechtspersoon is, niet in private handen kan vallen, en wordt beschermd tegen financiële risico’s.

Uit het vennootschapsrecht en faillissementsrecht volgt dat de rechtspersoon van een netbeheerder in groepsverband niet geraakt kan worden door financiële risico’s van een zusterbedrijf, zelfs niet in het extreme geval van faillissement van haar moederbedrijf, nu de netbeheerder zich niet sterk mag maken voor de verplichtingen van het energiebedrijf.

Alle andere EU-landen erkennen de noodzaak om de netten te beschermen tegen financiële risico’s, maar vinden eigendomssplitsing disproportioneel en hebben minder vergaande maatregelen genomen om zo de nadelige effecten voor de eigen bedrijven, werkgelegenheid en zeggenschap te voorkomen.