‘Bestaand stimuleringsbeleid duurzame energie goede basis voor toekomst’

‘Bestaand stimuleringsbeleid duurzame energie goede basis voor toekomst’

De groei van duurzame energie kan ook na 2023 doorgezet worden, zeggen Greenpeace en Nuon, maar dan moet Nederland wel de snelheid erin houden. Ze pleiten voor ambitieuze doelen voor 2030.

Greenpeace heeft samen met Nuon – een opmerkelijke combinatie – onderzoek laten uitvoeren naar wat nodig is om in 2030 het aandeel van hernieuwbare elektriciteit op 60% te krijgen. Met het huidige Energieakkoord wordt naar 2023 gekeken, maar ontbreken doelen voor de periode daarna. Volgens Greenpeace moet Nederland ook na 2023 het groeitempo vasthouden en daarom zouden nu al doelen voor de langere termijn benoemd moeten worden. SEO Economisch Onderzoek publiceerde vandaag de resultaten in het rapport ‘Nieuwe impulsen voor hernieuwbare elektriciteitsvoorziening 2020-2030.’

Voor het jaar 2030 wordt de lat gelegd op 75 TWh voor duurzaam opgewekte elektriciteit, zo’n 60% van het nationale verbruik van ruim 120 TWh. Momenteel wordt 8 TWh opgewekt uit zon en wind, ongeveer 9%. Het niveau is volgens het rapport haalbaar als de huidige toename in duurzame energieopwekking structureel wordt doorgezet. De recente groeiversnelling wordt vooral veroorzaakt door de exploitatiesubsidie SDE+ en de mogelijkheid voor salderen, voor de particuliere en kleinzakelijke markt. Deze instrumenten hebben een groot effect en vormen daarom een basis om de groei van duurzame energie verder te stimuleren.

Dat men de lat op 75 TWh legt, komt door de noodzaak CO2-emissies te reduceren. In 2030 zou 15-30 megaton op uitstoot bespaard kunnen worden en dat is nodig om op koers te blijven naar 80-95% reductie in 2050 (ten opzichte van 1990).

75 TWh is ambitieus

Volgens het rapport beschikken we over zowel tijd als ruimte om het doel te realiseren. Maar dan moet wel tijdig geschakeld worden en is onderzoek nodig naar de voorwaarden die moeten bestaan om de groei in productie van hernieuwbare elektriciteit in goede banen te leiden. Het gaat dan om de capaciteit van verbindingen van het elektriciteitsnet met het buitenland, vraagsturing, lokale opslag van elektriciteit, reserve- en balanceringsvermogen en een verdergaande elektrificatie van het energieverbruik.

Een miljard per jaar

Om het groeitempo vast te houden in de ontwikkeling van duurzame energie is een extra stimulering nodig van 935 miljoen euro per jaar, bovenop het Energieakkoord. Naast investeren in duurzame opwekking is energiebesparing in de gebouwde omgeving en de voorgenomen sluiting van kolencentrales meegenomen in de scenario’s. Wind op zee wordt gezien als bron met de grootste bijdrage aan het doel. In 2023 is wind op zee goed voor 12 TWh; dit moet richting 2030 groeien met 25 TWh, tot 37 TWh, de helft van het einddoel.

Wind op land zal bijdragen met 23 TWh, maar groeit na 2023 met slechts 4 TWh. Vanwege het gebrek aan lokaal draagvlak voor wind op land – zo stelt het rapport – is de groeimogelijkheid voorbij het huidige doel van 6000 MW vermogen beperkt. Zon-Pv draagt uiteindelijk met 15 TWh bij, iets meer dan een verdubbeling ten opzichte van het doel voor 2023.

greenpeace15nov

Bron: Greenpeace

Beeld greenpeace15nov: SEO Economisch Onderzoek