‘Energietrilemma’ vraagt om Europese samenwerking

‘Energietrilemma’ vraagt om Europese samenwerking

Door de vele verschillende energiestructuren in Europa en de verschillen in energiebeleid eromheen, werken de nationale energiedoelstellingen tegen elkaar in en hebben overheden moeite een antwoord te vinden op het zogenoemde energietrilemma: duurzaamheid, levenszekerheid en betaalbaarheid.

Persbericht – Die conclusie trekt World Energy Council Netherlands op basis van een nieuw rapport dat tot stand kwam in samenwerking met DNV GL, Energieonderzoek Centrum Nederland, PwC, Shell, Siemens en Vattenfall. Het rapport is onlangs gepresenteerd in een gezamenlijk mini-seminar dat de WEC en de Rabobank als onderdeel van ‘Het Nationale energiedebat’ in Utrecht organiseerden.

Het rapport draagt bij aan de implementatie van het Energieakkoord in Nederland, aldus World Energy Council Netherland voorzitter Jeroen van Hoof. Tackling the trilemma through coordination beoordeelt vijf concrete casussen op hun effectiviteit als trilemma-oplossing. Het betreft casussen uit uiteenlopende landen om de generaliseerbaarheid van conclusies te kunnen vergroten.

Stoppen met apart energiebeleid

Het energietrilemma kan alleen in evenwicht komen als nationale overheden gaan samenwerken en stoppen met apart energiebeleid. Verder moeten ze meer overlaten aan het vernuft van de markt, lasten en lusten eerlijker verdelen en particuliere initiatieven gezamenlijk faciliteren, zo staat er in het rapport.

Volgens Jeroen van Hoof is de Europese energiemarkt om allerlei cultuur-, geologisch-, en economisch-historische redenen een lappendeken. ‘Iedereen streeft naar gelijktijdige maximalisatie van beschikbaarheid, betaalbaarheid en duurzaamheid. Maar in de loop der tijd wisselt de aandacht voor één doelstelling nogal eens. Bijvoorbeeld omdat er ineens een acute reden voor was als gevolg van olie- en economische crises, maar ook omdat landen op hun eigen manier het klimaatvraagstuk aanpakken. Van een structureel energiebeleid op Europees niveau, of tenminste met de direct omliggende landen, is daarom nooit echt sprake geweest.’

Transnationale coördinatie

Volgens econoom en medeauteur Jan Willem Velthuijsen maken wij het onszelf in Europa onnodig moeilijk door het energietrilemma per land aan te pakken. ‘Casuïstiek van internationale samenwerking op energiegebied leert ons, in tegenstelling tot wat veel sceptici beweren, dat duurzaamheid, leveringszekerheid en betaalbaarheid van energie elkaar niet hoeven uit te sluiten.’ Het blijkt bovendien veel goedkoper en effectiever als overheden samen optrekken. De onderzoekers becijferen dat Europa tot 2030 jaarlijks tussen de 19 en 70 miljard euro kan besparen door transnationale coördinatie van energiebeleid. Ook blijken succesvolle vormen van transnationale samenwerking te beginnen bij marktpartijen die een win-win herkennen.

De onderzochte vijf casestudies betreffen:

  1. De NorNed-kabel, een hoogspanningskabel over de bodem van de Noordzee tussen Noorwegen en Nederland
  2. De markt voor balancering van elektriciteit waarbij een “onbalans” geprijsd wordt
  3. Het Zweeds-Noors RES-E Support Scheme, een gezamenlijk beleid om hernieuwbare energie te stimuleren
  4. De LNG-case, waaruit blijkt dat het kip-ei dilemma rondom kritieke LNG-transportinfrastructuur oplosbaar is
  5. Het North Seas Countries Offshore Grid Initiative, een consortium uit tien landen dat zich bezighoudt met het ontwikkelen van een offshore stroomnet.

Hoofdconclusies op basis van casestudies

1. Samenwerken is de oplossing voor het energietrilemma – Trilemma-doelstellingen in samenhang aanpakken werkt alleen als landen samenwerken, en niet als landen apart energiebeleid voeren.
2. Onderschat niet het vernuft van de markt – Succes begint meestal niet bij overheden, maar bij (markt)partijen die een win-win herkennen. Overheden moeten vooral ruimte scheppen en faciliteren. Zo biedt de NorNed-kabel Nederlandse consumenten goedkope schone stroom en Noren meer inkomen. In de LNG-case heeft de overheid infrastructuur mogelijk gemaakt, waar transportpartijen vervolgens razendsnel op hebben geanticipeerd.
3. Verdeel lusten en lasten evenredig – Omdat samenwerking een win-win vereist, is transparantie over verdeling van lasten en lusten een must. Die helderheid ontbreekt vaak in nationaal beleid. Het Zweeds-Noorse RES-E-certificaat is door de nauwkeurige analyses transparant en betrouwbaar, hetgeen de acceptatie, de risicopremie en de investeringen heeft begunstigd.
4. De rol van de overheid is goedkoper – Trilemma-oplossingen hebben allemaal één bijdrage van de overheid nodig: het faciliteren van particulier initiatief op een transnationaal platform (North Seas Countries Offshore Grid Initiative) of in een transnationaal georganiseerde marktomstandigheid met transnationaal afgestemde ruimte en regels (Zweeds-Noorse RES-E en de balanceringsmarkt). Het gezamenlijk faciliteren is niet (of nauwelijks) duurder dan het ieder afzonderlijk faciliteren, terwijl de trilemma-uitkomsten aantoonbaar beter zijn.
5. De ‘no-regret’ van pilots – Vrees voor onvoorziene ongewenste bijwerkingen worden ondervangen door pilots die later opschaalbaar zijn. Uit de pilots van bilaterale gezamenlijke balancering blijkt niet alleen welk opschaalbaar design goed werkt, maar ook dat landen daadwerkelijk met lagere reserves kunnen volstaan. Gezamenlijke balancering blijkt goedkoper en minder verspillend.

Bron: World Energy Council Netherlands

Beeld : MPD01605 / MPD01605