‘Wie redt de Energiewende..?’

‘Wie redt de Energiewende..?’
EXPERTBIJDRAGE

Hoewel Duitsland in vergelijking met Nederland een standvastig beleid heeft op het gebied van duurzame energie, blijkt de Energiewende nog niet makkelijk te gaan. Frans Debets vraagt zich in een expertbijdrage af of Duitsland zijn 2020 doel van 17% wel zal halen.

Trots meldden de Duitse media dat op pinksterzondag om 14.00 uur bijna 100% van het stroomgebruik duurzaam werd opgewekt. Dit duurzame hoogtepunt duurde maar even, maar de Duitse successen op het gebied van duurzame stroomproductie zijn jaloersmakend. In 2015 groeide het aandeel duurzame stroom van 27,3% naar 32,5%. Inmiddels is er ruim 40 GW aan zonnepanelen geïnstalleerd, de jaaropbrengst van 37 TWh zou een derde van het totale Nederlandse stroomverbruik kunnen afdekken. De 41 GW aan windvermogen op land produceerde 86 TWh. Alleen al in 2014 werd ruim 4 GW bijgeplaatst. Vergelijk dat eens met de magere 150 MW aan molenvermogen dat Nederland in 2014 bijplaatste.

Standvastig beleid

De Duitse successen zijn het gevolg van een standvastig beleid, het Nederlandse zwabberbeleid steekt daar schril bij af. De Erneuerbare Energien Gesetz (EEG) is de betrouwbare basis waar de sterke duurzame energie-industrie zijn plannen en activiteiten op kan baseren. Via de EEG krijgen de producenten een twintig jaar lang subsidie om de duurzame energieproductie rendabel te maken.

De afbouw van kernenergie heeft niet geleid tot een afname van de productie van stroom, er wordt meer geproduceerd dan ooit en de vrees dat Duitsland een importeur zou worden bleek ongegrond. Duitsland exporteerde in 2015 netto van 50 TWh. Nederland was de grootste afnemer.

Prijzen onder druk

Het gaat dus goed in Duitsland, of is het Duitse wonder toch minder ideaal en rooskleurig dan wij in Nederland denken? De duurzame stroomproductie is grotendeels onafhankelijk van de marktprijs en zet de prijzen enorm onder druk. In het pinksterweekend was door de lage vraag uit de industrie en het grote aanbod van wind en zonnestroom de prijs enkele uren onder de nul Euro gekomen, afnemers kregen geld toe bij stroomafname. Net als in Nederland kunnen de schone gascentrales niet meer concurreren, zij worden afgeschakeld. Ook de centrales die draaien op de tijdens daluren gevulde stuwmeren kunnen de concurrentie niet aan. Maar de kolen en bruinkoolcentrales houden het langer vol, ze leverden in 2015 resp. 18,2% en 25% van de productie. En kernenergie is niet echt verdwenen, Atomkraft dekt nog steeds 15% van de stroombehoefte af.

De EEG is de motor van de transitie, maar de kosten lopen op. In 2016 moeten de energiegebruikers 23 miljard euro ophoesten, daarvan wordt bijna 8 miljard euro betaald door de huishoudens. De Nederlandse huishoudens betalen nu 0,56 cent per kWh voor de energietransitie via de ODE heffing. De Duitse huishoudens leggen inmiddels 6 cent per kWh bij voor de EEG! Dat veel bedrijven vrijgesteld zijn van de EEG heffing draagt niet bij aan de acceptatie van de Energiewende.

In de eerste jaren van de EEG waren de vergoedingen aan de producenten hoger dan nu, maar de contracten lopen 20 jaar, dus deze last zal de gemeenschap lange tijd moeten dragen. De nieuwe contracten geven een veel lagere vergoeding, elk nieuw contract vermindert de gemiddelde vergoeding van de totale productie. Tragere groei leidt daarom tot tragere toetreding van goedkopere nieuwe productie.

Aanpassingen EEG

De ogenschijnlijk rotsvaste EEG wordt regelmatig aangepast, de aanpassing van 2014 leidde al tot begrenzing van de tot dan toe onbegrensde groei. De verschillende sectoren mochten niet meer installeren dan een vastgesteld quotum. De regering wil in 2016 de EEG weer aanpassen om de groei van duurzame energie nog meer af te remmen. Nieuwe quota worden voorbereid en de EEG wordt naar het Nederlandse SDE model meer een veilingsysteem om de markt tot concurrentie op prijs te dwingen. Maar de centrale regering in Berlijn heeft daarover strijd met de deelstaten. Het zuiden wil meer ruimte voor biomassa en de noordelijke deelstaten willen de windenergie verder uitbouwen en de werkgelegenheid bij de molenbouwers beschermen. De duurzame energiebedrijven onder leiding van het Bundesverbandes Erneuerbare Energie (BEE) roeren zich ook. Zij roepen de sector op om op 25 mei met een grote publieksactie aandacht te vragen voor hun zaak onder de alarmerende leus Energiewende Retten! Op 2 juni wordt er zelfs gedemonstreerd in Berlijn. Eind juni moet er in Berlijn besloten worden, de lobbyisten maken overuren.

De inzet van het duurzame front is nu gericht op het in ieder geval vasthouden aan de eerder afgesproken groei van windvermogen van 2500 MW per jaar op land. En ook het groeiquotum van 2500 MW per jaar voor zonnestroom moet zeker gesteld worden. Men vreest dat de nu afgesproken groei naar 45% duurzame stroom in 2025 te laag is om de sector voldoende levensvatbaar te houden. De biogasbedrijven pleiten voor een groeiquotum van 100 MW per jaar. Deze sector bouwde in korte tijd 8000 vergisters, grotendeels bij boeren. Er wordt nu bijna niets meer bijgebouwd, de sector zit in zwaar weer. De leider van het Biogasfachverband vroeg zich in een artikel vertwijfeld af: moeten we alle vergisters dan maar sluiten? Moeten de dorpen die nu de restwarmte afnemen maar weer terug naar oliestook? Zullen we de 850.000 ha. met energiegewassen maar weer inzetten voor melk- en varkensproductie?

Energiewende

De Energiewende blijkt dus nog niet zo makkelijk te gaan. De eerste 15 jaren zitten er nu op, maar hoe het verder moet is niet duidelijk. De energiebesparing komt, net als in Nederland, nauwelijks van de grond. De grote aandacht voor duurzame elektriciteit maskeert dat de andere sectoren achterblijven. Het gebruik van duurzame transportbrandstoffen liep in 2015 zelfs terug. De investeringen in duurzame energie waren in 2015 met 14,5 miljard euro indrukwekkend, maar toch fors lager dan de 18,9 miljard euro in 2014.

De totale Duitse duurzame energieproductie dekt nu 14% van het energieverbruik af, een stuk hoger dan de 6% van Nederland, maar het is nog maar de vraag of Duitsland zijn 2020 doel van 17% zal halen en de doelen voor na 2020 lijken net zo onbereikbaar als voor Nederland.

Over de auteur:
Frans Debets is onafhankelijk consultant duurzame energie.