Duurzame energie: ‘CBS doet aan collectieve kletskoek niet mee’

Duurzame energie: ‘CBS doet aan collectieve kletskoek niet mee’
EXPERTBIJDRAGE

Het CBS bevestigt in haar laatst verschenen jaarrapport ‘Hernieuwbare Energie in Nederland’ dat we achter lopen op duurzaamheidsdoelen. Frans Debets maakt de balans op: ‘in dit tempo duurt het nog tot 2040 voor we de 14% halen.’

Elk jaar publiceert het CBS in september het overzicht van de Hernieuwbare Energie in Nederland van het voorgaande jaar. Het zijn saaie maar degelijke rapportjes, zonder de geinige illustraties die de moderne rapporten zo domineren. Het kaftje is elk jaar gelijk, de enige frivoliteit is dat de kleur elk jaar anders is. Het rapport over 2014 was paars, over 2015 is het geel. De pers berichtte vooral over het goede nieuws: de productie van windenergie was met 19% gestegen!

De gedetailleerde cijferreeksen geven een goed beeld van de ontwikkelingen. Ondanks de wens en belofte het energieverbruik te reduceren is er toch weer een groei geweest van 3% of 59 PJ. Dat is ongeveer gelijk aan wat de hele provincie Groningen gebruikt. Bedrijven en overheden hebben al onder Balkenende in diverse convenanten beloofd echt werk te maken van besparingen, in het Energieakkoord werd ook weer een besparingsbelofte gedaan, maar tot heden komt er niks van terecht. We zitten nu op het niveau waarop we in 1995 ook zaten: 2052 PJ.

Gelukkig steeg de duurzame energieproductie met ruim 7% van 110,5 PJ naar 118,7 PJ. Maar omdat ook het totale gebruik steeg is de procentuele groei slechts 0,25% naar 5,79%. Al in 2008 werd in de EU afgesproken dat we in 2020 op 14% zouden uitkomen. Het huidige kabinet legde zelfs 16% vast in het regeerakkoord en het SER Energieakkoord bevestigde in 2013 de 14% weer. Maar met dit tempo van 0,25% groei in een jaar wordt het 2040 voordat we op 14% zitten. 14% van 2052 PJ is 287 PJ. Daarvan is inmiddels bijna 119 PJ gerealiseerd, we moeten er dus nog 168 PJ bij vinden. Van windmolens wordt veel verwacht, maar alle molens op land en zee samen produceerden in 2015 25 PJ. Het aandeel van wind op zee deel leverde 3,7 PJ op. Dat zal de komende jaren fors groeien; het vermogen is nu nog 360 MW, maar de beoogde 4000 MW zal niet veel meer kunnen leveren dan 50 – 55 PJ.

De grootste bijdrage komt van biomassa, dat groeide een beetje naar in totaal 80 PJ. Maar we kunnen niet nog veel meer afval verbranden, de verbrandingsovens moeten nu al afval importeren omdat we te weinig Nederlands afval hebben. Een belangrijke bijdrage komt van de particuliere houtstook met 18,6 PJ. Maar deze bijdrage nog verder laten groeien zou rampzalig zijn voor de luchtkwaliteit. Het bijmengen van biobrandstof in diesel en benzine is in korte tijd gegroeid tot 15% van onze duurzame energie, maar in 2015 zakte dat weer terug naar 11%.

Waar is dan nog groei mogelijk? Zonnestroom verdubbelde in 2015 bijna, van 2,9 PJ naar 4 PJ. Eind 2015 stond er 1500 MW aan zonvermogen, dat is indrukwekkend en tegelijkertijd levert dit nog maar een marginale bijdrage; zonnestroom dekt nu 0,2% van ons energiegebruik af. De CBS-cijferaars erkennen dat in de zonnestroomcijfers een onnauwkeurigheid zit van 20%. Het feitelijke aantal panelen en de productie moeten geschat worden.

Aardwarmte en bodemenergie dan? Ook daar is hoopgevende groei, van 4,9 PJ naar 6,1 PJ, toch moet ook daar wel heel veel gebeuren om echt grote stappen te zetten. En biogas uit mest en slib? De mestvergisters hebben het moeilijk in Nederland, toch groeide de productie met 7% naar 4,2 PJ. De waterzuiveringen timmeren fors aan de weg met hun programma De Energiefabriek. Toch daalde hun productie met 5% naar 1,9 PJ.

Besparingen op het gebruik zouden het percentage aan duurzaam fors kunnen ophogen. Maar ook dat mag niet overschat worden. Als Nederland erin zou slagen het verbruik met 200 PJ terug te dringen naar 1800 PJ dan zou de huidige duurzame productie op 6,55% komen. Maar bedenk dat 200 PJ besparen ongeveer overeenkomt met het energieverbruik van alle personenauto’s in Nederland.

Ondertussen worden de nieuwe ambities voor de toekomst al vastgelegd. In 2023 moeten we op 16% zitten. En Europa wil in 2030 naar 30% duurzaam, het Nederlandse deel is nog niet bekend maar dat zal in de buurt van 20% zijn. En over 2050 wordt al gedroomd van 100% duurzaam!

Is dat haalbaar? Het CBS zegt daar niets over, dat is hun taak niet. Anderen speculeren er lustig op los, maar fantaseren is makkelijk. Serieuze plannen maken is moeilijker. Het is opmerkelijk dat de regering vrij makkelijk akkoord gaat met de hoge ambities maar verzuimt dit uit te werken in reële plannen en regelingen; de markt moet het maar doen. Maar de markt doet niks zonder subsidie. Daarvoor zijn miljarden beschikbaar, al jarenlang. Het CBS-rapport geeft de cijfers keurig weer: in 2011 mocht er tot €1,5 miljard aan SDE-subsidie worden gehonoreerd, in 2015 was het €3,5 miljard en dit jaar gaat het tot €9 miljard. Een subsidietoekenning leidt niet altijd tot besteding van het geld, veel projecten komen niet van de grond. De uitbetaling vindt plaats gedurende een periode van 12 of 15 jaar op basis van de feitelijk geproduceerde energie. In 2015 werd er €676 miljoen betaald aan de projecten die een langjarige subsidie hadden gekregen; €363 miljoen betrof nog oude MEP projecten, €313 miljoen waren SDE projecten. Ongeveer de helft ging naar windenergie. De afgelopen 6 jaar werd zo 4 miljard uitbetaald.

Desondanks is de duurzame energieopbrengst nog lang niet op het gewenste niveau. Het overzicht van de andere EU landen laat zien hoe treurig de Nederlandse positie is, alleen Malta en Luxemburg doen het slechter. Het veel verguisde Polen zit inmiddels op 12%, voorbeeldland Denemarken bereikt dit jaar de 20%.

Belangstelling voor duurzame energie is er wel. Zo is de hoeveelheid ingekochte groene stroom veel groter dan de Nederlandse productie. De overboeking van buitenlandse productie via de Garantie van Oorsprong (GVO) certificaten is omvangrijk. De eigen productie is 13 miljard kWh, de GVO omboekingen zijn 34 miljard kWh. Jammer dat CBS de oorsprong van deze stroom niet vermeld. Deze gegevens worden beheerd door CertiQ. De grootste bijdrage was van waterkrachtstroom uit Noorwegen, Frankrijk en Zweden: 24 miljard kWh.

Niet alle productie krijgt subsidie, sommige systemen produceren door na de afloop van de subsidieperiode. De 19 PJ die de particuliere houtstook oplevert krijgt bijna helemaal geen subsidie. De productie van veel zonnestroomprojecten wordt bevorderd door korting op de energiebelasting, dat wordt niet meegeteld in de genoemde €676 miljoen. Van de duurzame stroom werd ruim 70% geproduceerd met MEP of SDE geld.
Voor de SDE regeling is het fijn dat de projecten steeds scherper intekenen op de regeling. Maar omdat de marktprijs van stroom en gas laag zijn, moet de subsidie extra bijpassen in de lopende projecten.

Veel burgers zien de bouw van enorme windmolens in hun omgeving en overal zien ze PV panelen verschijnen. In TV spotjes worden ze geïnformeerd door de bedrijven dat het goed gaat met de duurzame energieproductie. Enthousiaste wethouders en gedeputeerden beloven dat hun gemeente en provincie over een paar jaar op 100% duurzame energie zullen zitten. En in een programma van Rick Nieman bevestigde minister Kamp doodleuk dat de 14% in 2020 gaat lukken. CBS doet aan die collectieve kletskoek niet mee, de cijfers spreken voor zich.

CBS: Hernieuwbare Energie in Nederland, september 2016; de stand der dingen over het jaar 2015.

Over de auteur:
Frans Debets is onafhankelijk consultant duurzame energie.